Resultaat verfijnen

Normen
Status
Filters wissen
Zoeken in normenFilter resultaten
5775 resultaten
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
529.3
Alle delen van een leidingsysteem waaraan onderhoud moet worden verricht, moeten veilig en goed toegankelijk zijn. OPMERKING In sommige situaties kan het noodzakelijk zijn om door middel van ladders, bordessen enz. te zorgen voor een blijvende toegang.
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
530.2   Normatieve verwijzingen
Zie deel 0.
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
531.1.1   TN-stelsels
In TN-stelsels moeten beveiligingstoestellen tegen overstroom zijn gekozen en geïnstalleerd in overeenstemming met het bepaalde in 431 en in 434.2 en moeten beveiligingstoestellen tegen kortsluitstroom zijn gekozen en geïnstalleerd in overeenstemming met het bepaalde in 533.3. Ook moet zijn voldaan aan het bepaalde in 411.4.4.
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
531.2.1   Algemene bepalingen betreffende de installatie
Toestellen voor aardlekbeveiliging toegepast in DC-stroomketens moeten speciaal zijn ontworpen om verschilstromen bij dit spanningstype te detecteren en om onder normale omstandigheden en bij het optreden van fouten stromen in de keten te kunnen onderbreken. nOPMERKING a Voor deze toepassing kan een toestel voor aardlekbeveiliging type B worden gekozen. OPMERKING b Indien de voeding
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
531.2.4   TT-stelsels
Indien een installatie is beveiligd door één toestel voor aardlekbeveiliging, moet dit zijn aangebracht bij het voedingspunt van de installatie. Het toestel voor aardlekbeveiliging mag op een andere plaats zijn aangebracht indien het deel van de installatie tussen het voedingspunt van de installatie en het toestel voor aardlekbeveiliging voldoet aan de eisen voor bescherming door het gebruik van
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
531.2.5   IT-stelsels
Wanneer, bij toepassing van aardlekbeveiliging, bij een eerste fout niet mag worden uitgeschakeld, moet de stroom waarbij het toestel nog niet aanspreekt, gelijk zijn aan of groter zijn dan de stroom die bij een eerste fout (met een verwaarloosbare impedantie) van een faseleiding naar aarde vloeit.
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
533   Beveiligingstoestellen tegen overstroom
533.1   Algemene eisen 533.1.1   Bij schroefsmeltveiligheden moet de voeding zijn verbonden met het bodemcontact van de patroonhouder. 533.1.2   Smeltveiligheden moeten zo zijn aangebracht dat de mogelijkheid wordt uitgesloten dat de patroonhouder contact maakt tussen geleidende delen die behoren tot naast elkaar geplaatste smeltveiligheden. 533.1.3   Smeltveiligheden waarvan de
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
533.3   Keuze van toestellen voor beveiliging van leidingsystemen tegen kortsluiting
Bij de toepassing van het bepaalde in hoofdstuk 43 voor kortsluiting met een tijdsduur van ten hoogste 5 s moet rekening worden gehouden met zowel de laagste als de hoogste kortsluitstroom die kan optreden. Indien de norm voor een beveiligingstoestel zowel een kortsluituitschakelvermogen bij normaal bedrijf als een maximaal kortsluituitschakelvermogen noemt, mag het beveiligingstoestel worden
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
534.2   Keuze en installatie van overspanningsafleiders in gebouwinstallaties
534.2.1   Het gebruik van overspanningsafleiders Rubriek 443 behandelt de bescherming tegen overspanningen afkomstig van atmosferische oorsprong (veroorzaakt door indirecte blikseminslagen op afstand) en van schakelhandelingen. Meestal wordt deze bescherming verzorgd door de installatie van overspanningsafleiders type 2 en, indien nodig, type 3. Wanneer vereist volgens rubriek 443 of op
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
534.2.1   Het gebruik van overspanningsafleiders
Rubriek 443 behandelt de bescherming tegen overspanningen afkomstig van atmosferische oorsprong (veroorzaakt door indirecte blikseminslagen op afstand) en van schakelhandelingen. Meestal wordt deze bescherming verzorgd door de installatie van overspanningsafleiders type 2 en, indien nodig, type 3. Wanneer vereist volgens rubriek 443 of op andere wijze gespecificeerd, moeten de overspanningsafleiders
Zoeken in de websiteFilter resultaten
113 resultaten
Pagina
Aanduiding kabels
In onderstaande foto is de aanduiding van de groen-gele kabel niet juist. 514.3.5 Aanduiding van eenaderige kabels en installatiedraden Faseleidingen moeten over de gehele lengte worden aangeduid met de kleur bruin of zwart of grijs. Het gebruik van een van deze kleuren voor alle faseleidingen in een stroomketen is toegelaten. De enkelvoudige kleuren groen of geel mogen niet worden
Pagina
Kabelondersteuningen en omhulsels
Goed of fout? NEN 1010 bepaling 522.8.11 zegt: Kabelondersteuningen en omhulsels mogen geen scherpe randen hebben die de kabels of geïsoleerde geleiders kunnen beschadigen.
Pagina
Uitbreiding NEN 1010 met energiebesparing en slimme installaties
De klant van de installateur wordt steeds kritischer en wil vaker berekeningen zien waarin zichtbaar is tot welke klasse een installatie behoort. Denk daarbij aan energiebesparing, maar ook aan besparing op materiaalgebruik. Een goede installateur kan zich daarbij onderscheiden door een energiezuinige installatie te ontwerpen, maar ook door dit inzichtelijk te maken voor de klant. Twee uitbreidingen
Pagina
'Er is behoefte aan duidelijkheid'
NEN 4010 biedt de elektrotechnische branche een handzame en leesbare versie van NEN 1010 De NEN 1010:2015/C2:2016 is zonder twijfel de belangrijkste norm op het gebied van elektrotechnische installaties. Maar omdat de normtekst veelomvattend is, bestaat er sinds enige jaren ook een beter leesbare versie: de Nederlandse norm NEN 4010 – Elektrische installaties voor laagspanning − Eisen voor de algemene
Pagina
Is het verplicht een werkschakelaar te plaatsen in de buurt van de omvormer (PV-installaties)?
Tekst: Rob Kaspers De vraag of het verplicht is een werkschakelaar te plaatsen in de buurt van de omvormer, kom ik vaak tegen. Ik vroeg ik mij af wat de aanleiding van die vraag kan zijn. Kijkend op internet zie ik dat sommige fabrikanten, groothandels en installatiebedrijven stellen dat NEN 1010 deze werkschakelaar verplicht stelt bij een omvormer. Ik citeer een stukje uit een artikel van in dit
Pagina
VRAGEN NEN 1010 LIVE
Op het online evenement op 10-10-2020 over de wijzigingen in NEN 1010 en NEN 4010 zijn veel vragen gesteld. Hieronder een deel van de vragen. Normvragen Algemeen 1. Waar is de norm te bestellen? De norm NEN 4010 is vanaf dinsdag 12 oktober te bestellen in de NEN-shop. www.nen.nl NEN 1010 is helaas nog niet klaar. De normcommissie heeft nog één bepaling waar zij nog over een besluit
Pagina
Onduidelijkheid over aarden en vereffenen
Commissie NEC 64-9 roept externe expertise in. De elektrotechnische markt is een ingewikkelde markt. Installateurs worden voortdurend geconfronteerd met nieuwe ontwikkelingen. En daarbij biedt NEN 1010 niet altijd uitkomst, enerzijds omdat normen in de regel achter de ontwikkelingen op de markt aanlopen, anderzijds omdat de normtekst niet altijd even begrijpelijk is. Dit laatste probleem speelt
Vraag & antwoord
Als ik de elektrische installatie in mijn particuliere woning volgens NEN 1010 uitvoer, is dat dan voldoende?
Volgens de Nederlandse wet moet een elektrische installatie van een woning voldoen aan het Bouwbesluit. Wanneer een elektrische installatie voldoet aan NEN 1010, bestaat ‘het vermoeden van overeenstemming’ met deze wettelijke eisen. Naast het voldoen aan de eisen uit NEN 1010 is het van belang om na te gaan aan welke eisen u moet voldoen voor uw verzekering. Wellicht dat uw verzekeraar een (periodieke
Vraag & antwoord
Als in een gebouw alleen de elektra is vernieuwd maar niet de meterkast, moet je deze dan volgens de oude of nieuwe norm keuren?
Het keuren van een installatie of delen van een installatie moet gebeuren volgens de norm die vereist (en gebruikt) is bij het ontwerp en de aanleg van de installatie of delen van de installatie. Let op: Bij het toevoegen van nieuwe installatiedelen aan een bestaande installatie (of deel daarvan) kan het nodig zijn dat ook dit bestaande stuk wordt aangepast aan de nieuwe eisen. Bij een keuring moet
Zoeken in het werkboek
resultaten voor ""