Zoeken in
Zoeken in normen
6276 resultaten
521.5.2
Eenaderige kabels gearmeerd met staaldraad of staalband mogen niet worden gebruikt voor
AC-stroomketens.OPMERKINGDe armering van staaldraad of staalband van een eenaderige kabel wordt beschouwd als een
ferromagnetisch omhulsel. Voor eenaderige gearmeerde kabels is het gebruik van aluminium
armering aanbevolen. nlbKoperen
armering kan ook worden gebruikt.nlb
521.8.1
Leidingen van een stroomketen mogen niet worden verdeeld over verschillende meeraderige
kabels, buisleidingen, kabelkokersystemen of kabelgootsystemen. Deze eis geldt niet wanneer
een aantal meeraderige kabels die een stroomketen vormen, parallel aan elkaar worden
geïnstalleerd. Wanneer meeraderige kabels parallel aan elkaar worden geïnstalleerd, moet
elke kabel één geleider bevatten voor elke
521.9 Het gebruik van buigzame leidingen of snoeren
521.9.1 Een buigzame leiding mag worden gebruikt voor vaste aanleg indien wordt voldaan aan het
bepaalde in deze norm.521.9.2 Materieel dat is bedoeld om te worden verplaatst tijdens gebruik moet zijn aangesloten met
buigzame leidingen of snoeren, met uitzondering van materieel dat wordt gevoed door een
contactrail.521.9.3 Vast opgesteld materieel dat tijdelijk wordt verplaatst ten behoeve
521.9.4
Flexibele buissystemen mogen worden gebruikt om buigzame geïsoleerde leidingen te
beschermen.
522.4.1
Leidingsystemen moeten zo worden gekozen en geïnstalleerd dat het gevaar dat wordt
veroorzaakt door binnendringen van vreemde voorwerpen tot een minimum wordt beperkt. Het
leidingsysteem moet na voltooiing voldoen aan de van toepassing zijnde beschermingsgraad met
de daarbij behorende IP-codering.
522.5.1
Waar de aanwezigheid van corrosieve of verontreinigende stoffen, met inbegrip van water,
kan leiden tot corrosie of kwaliteitsverlies, moeten delen van het leidingsysteem die kunnen
worden aangetast deugdelijk zijn beschermd of zijn vervaardigd van materialen die tegen
dergelijke stoffen bestand zijn.OPMERKINGAanvullende beschermingsmaatregelen om te worden toegepast tijdens de
installatiewerkzaamheden
522.6 Stootbelasting (AG)
522.6.1 Leidingsystemen moeten zo worden gekozen en geïnstalleerd dat de schade als gevolg van
mechanische belasting tot een minimum wordt beperkt. Deze mechanische belasting kan
bijvoorbeeld worden veroorzaakt door stoten, puntbelasting of samendrukking tijdens
installatie, gebruik en onderhoud.522.6.2 Vaste installaties die onderhevig zijn aan matige (AG2) of zware (AG3) stootbelasting,
moeten
522.6.2
Vaste installaties die onderhevig zijn aan matige (AG2) of zware (AG3) stootbelasting,
moeten worden beschermd door:— de mechanische eigenschappen van het leidingsysteem,— de keuze van de juiste plaats,— het aanbrengen van aanvullende mechanische bescherming (lokaal of algemeen) of— een combinatie van bovengenoemde maatregelen.OPMERKING 1Voorbeelden zijn plaatsen die worden gebruikt door vorkheftrucks.OPMERKING
522.6.4
De beschermingsgraad van het elektrisch materieel moet gehandhaafd zijn na de installatie
van de kabels en geleiders.
522.7.2
De vast aangesloten installatie van hangende elektrische toestellen, zoals armaturen, moet
tot stand zijn gebracht door middel van een kabel met buigzame kernen. Wanneer geen trilling
of beweging is te verwachten, mag een kabel met niet-buigzame kern worden toegepast.
Zoeken in de website
132 resultaten
Voldoe ik aan NEN 1010 en/of het Bouwbesluit als ik NEN 4010 volg?
NEN 4010 is niet aangewezen in het Bouwbesluit. NEN 4010 is gebaseerd op NEN 1010:2015 en NEN 1010:2015/C2:2016. Als u voldoet aan NEN 4010, voldoet u ook aan deze editie van NEN 1010 en het Bouwbesluit. Uiteraard wel voor wat betreft het toepassingsgebied van NEN 4010.
Is het mogelijk om met NEN 4010 een inspectierapport op te stellen?
Het gaat dan om een inspectierapport om aan te geven dat een installatie voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. In NEN 1010: 2020 is het onderwerp Inspectie ook opgenomen.
Gaan opdrachtgevers vragen om installaties conform NEN 4010?
Dat is zeker de verwachting. En dat is niet in conflict met het Bouwbesluit, dus dat is geen probleem. Houd wel rekening met het toepassingsgebied van NEN 4010.
Kan ik in NEN 4010 aanvullende eisen bij bijzondere ruimten (NEN 1010 deel 7) vinden?
Ja. In NEN 4010 zijn de bijzondere ruimten - de aanvullende eisen uit deel 7 NEN 1010 -in de hoofdstukken 4 (Beschermingsmaatregelen) en 5 (Keuze en installatie van elektrisch materieel) verwerkt. Ook de bijlagen van NEN 1010 zijn, waar van toepassing, in de hoofdstukken 4 en 5 verwerkt.
Heb ik een NEN 1010-certificaat nodig om elektrische laagspanningsinstallaties te mogen aanleggen?
Er is geen wettelijke verplichting die zegt dat je een certificaat moet hebben om te mogen installeren of inspecteren. Certificaten zijn niet verplicht: niet voor personen en niet voor bedrijven. Het kunnen tonen van een certificaat kan echter wel helpen om klanten te overtuigen van de deskundigheid van betreffende bedrijf/persoon.
Welke versie van NEN 1010 is aangewezen in het Bouwbesluit?
Op dit moment is de 2015-versie van NEN 1010 aangewezen in het Bouwbesluit. Dat betekent dat bouwvergunningen worden verstrekt op basis van NEN 1010:2015 en dat het toepassen van deze editie van de norm een voldoende veilige elektrische installatie oplevert.
Is NEN 1010:2020 (automatisch) ook van toepassing in het Bouwbesluit na uitkomen?
Nee, deze dient eerst door de wetgever aangewezen te worden.
Mag de nieuwe NEN 1010 na uitkomen al toegepast worden ondanks dat deze nog niet is aangewezen?
Zeker, de norm kan worden toegepast. De wet gaat uit van de stand der techniek: het is verstandig om de laatste stand van de techniek te volgen door de laatste norm toe te passen. Een nieuwere versie van een aangewezen norm mag worden toegepast, de wetgever gaat ervan uit dat de veiligheid altijd toeneemt.