Zoeken in
Zoeken in normen
6276 resultaten
465.1
Voor nooduitschakeling van enig deel van de installatie moeten voorzieningen zijn
aangebracht op die plaatsen waar het noodzakelijk is de voeding te schakelen om een
onverwacht gevaar weg te nemen.
510.4.2
De installatie moet zijn verdeeld in voldoende eindgroepen om gelijktijdig gebruik van te
voorziene apparatuur mogelijk te maken. Waar nodig moet voor specifieke apparaten met een
hoge aansluitwaarde worden voorzien in afzonderlijke eindgroepen.OPMERKINGVooral (keuken)toestellen met een verwarmingsfunctie kunnen een hoge aansluitwaarde (>
2kVA) hebben, waardoor in bepaalde ruimten aparte eindgroepen
512 Bedrijfsomstandigheden en uitwendige invloeden
512.1 Bedrijfsomstandigheden512.1.1 SpanningElektrisch materieel moet geschikt zijn voor de nominale spanning (bij wisselspanning: de
effectieve waarde) van het desbetreffende deel van de installatie.In IT-stelsels met gedistribueerde nulleiding moet het elektrisch materieel dat tussen
fase en nul is aangesloten, zijn geïsoleerd voor de spanning tussen de fasen.OPMERKINGVoor bepaald elektrisch
512.1.5 Onderlinge beïnvloeding
Tenzij tijdens het installeren andere geschikte voorzorgsmaatregelen worden getroffen,
moet al het elektrisch materieel zo zijn gekozen dat het geen schadelijke effecten
veroorzaakt bij ander elektrisch materieel, en de stroomvoorziening bij normaal bedrijf, met
inbegrip van schakelen, niet nadelig beïnvloedt.OPMERKING 1Voor informatie over de te beschouwen parameters, zie rubriek 444.De verantwoordelijke
512.1.6 Stoothoudspanning
Elektrisch materieel moet zo zijn gekozen dat de toegekende stoothoudspanning ten minste
gelijk is aan de te verwachten overspanning op het punt van installatie, zoals omschreven in
rubriek 443.
514.3.3 Andere leidingen
Andere leidingen moeten worden aangeduid door middel van kleuren of cijfers, rekening
houdend met de eisen van 514.3.4 t/m
514.3.8.
514.5.1
Waar nodig moeten schema's, tekeningen of tabellen in overeenstemming met
NEN 11346-1 en
NEN-EN-IEC 61082-1 aanwezig zijn, die in het bijzonder
aangeven:— het type en de samenstelling van de stroomketens (aansluitpunten, aantal en doorsnede
van de geleiders, type van het leidingsysteem);— de kenmerkende grootheden die nodig zijn voor de identificatie van de toestellen voor de
functies van
515.1
Elektrisch materieel moet zo zijn gekozen en geïnstalleerd dat elektrische en
niet-elektrische installaties elkaar niet schadelijk beïnvloeden.Elektrisch materieel zonder achterplaat mag niet rechtstreeks zijn gemonteerd op een
montageoppervlak, tenzij is voldaan aan de volgende voorwaarden:— spanningsoverslag naar het montageoppervlak kan niet optreden en— verspreiding van brand tussen het elektrisch
515.2
Waar materieel met verschillende spanningen of frequenties bij elkaar wordt gebracht in een
gemeenschappelijk samengesteld geheel (zoals een bedieningspaneel of een gemeenschappelijke
behuizing), moet overal waar dit nodig is om onderlinge storende invloeden te voorkomen, al
het materieel met dezelfde spanning en frequentie op effectieve wijze worden gescheiden van
het andere materieel.
52 Keuze en installatie van leidingsystemen
520 Inleiding520.1 Onderwerp en toepassingsgebiedDit hoofdstuk behandelt de keuze en installatie van leidingsystemen.OPMERKING 1Dit hoofdstuk heeft in het algemeen ook betrekking op beschermingsleidingen. Voor nadere
bepalingen inzake deze geleiders, zie hoofdstuk 54.OPMERKING 2Uitleg over hoofdstuk 52 wordt gegeven in
IEC/TR 61200-52.520.2 Normatieve verwijzingenZie deel 0.520.3 Termen en
Zoeken in de website
132 resultaten
Beschermende vereffening
Beschermende vereffening werd eerder basispotentiaalvereffening genoemd. Het heet nu beschermende vereffening om aan te duiden dat het om potentiaal vereffening gaat in verband met de veiligheid. Dit artikel gaat in op de werking van beschermende vereffening (niet te verwarren met de aanvullende beschermende potentiaalvereffening, zoals die in een ruimte met een bad of douche moet worden toegepast)
Herziening Machinerichtlijn in de maak
Momenteel wordt hard gewerkt aan een herziening van de Machinerichtlijn. Deze richtlijn zal vervangen worden door de nieuwe Machineverordening. Hoewel de Machinerichtlijn voor het grootste deel nog behouden zal blijven, is deze op onderdelen toe aan vernieuwing. De huidige stamt immers uit 2006 en is op bepaalde onderdelen ingehaald door de stand der techniek.
Wanneer precies deze Machineverordening
Waarom een type B aardlekbeveiliging toepassen?
Auteur: Rob Kaspers
In dit artikel gaat Rob Kaspers uit op de verschillende types aardlekschakelaars. En waarom je een type B aardlekbeveiliging moet toepassen.
De toepassing van de type B RCD (aardlekbeveiliging), raakt steeds meer ingeburgerd. Toch zijn er genoeg voorbeelden van projecten waar type A RCD’s zijn toegepast, terwijl dit een type B moet zijn. Dat heeft nadelige gevolgen voor de
Op welke installaties is NEN 1010 van toepassing?
NEN 1010 is van toepassing op vast aangelegde elektrische installaties met lage spanning (tot 1000 V wisselspanning of 1500 V gelijkspanning). Bijvoorbeeld in woonhuizen, winkels, kantoorgebouwen, hotels, scholen, theaters en boerderijen.
NEN 1010 is niet van toepassing op bijzondere installaties, zoals de elektrische uitrusting van machines, installaties op schepen en elektrische tractiesystemen
Bestaat er een NEN 1010-certificaat?
Nee, maar het is vaak wel mogelijk om na oplevering of inspectie van een installatie een verklaring te laten opstellen door een installateur of inspecteur waarin deze bevestigt dat de installatie voldoet aan NEN 1010. Een dergelijke verklaring kan worden beschouwd als ‘NEN 1010-certificaat’.
Wat is NEN 4010?
NEN 4010 is een norm met eisen voor het ontwerpen en het installeren van elektrische installaties voor laagspanning. Deze norm is gebaseerd op de Nederlandse omstandigheden en de algemene Nederlandse installatiepraktijk.
Als ik aan NEN 4010 voldoe, voldoe ik dan ook aan NEN 1010?
Met NEN 4010 voldoet u als installateur ook aan de elektrotechnische veiligheidseisen in de bouwwet- en regelgeving. Dat geldt alleen binnen het toepassingsgebied van NEN 4010. Voor onderwerpen die buiten het toepassingsgebied van NEN 4010 vallen, moet NEN 1010 worden gebruikt.
Hoe leg ik vast dat ik volgens NEN 4010 werk?
U kunt in de afspraken die u met uw opdrachtgever maakt, vastleggen dat u volgens NEN 4010 werkt.
Welke stroomstelsels behandelt NEN 4010?
NEN 4010 behandelt de volgende stroomstelsels en wijzen van aarding:
— TN-stelsels met één voedingsbron;
— TN-stelsels met meerdere voedingsbronnen;
— TT-stelsel.
Welke elektrische installaties en onderwerpen vallen buiten het toepassingsgebied van NEN 4010?
De volgende elektrische installaties en onderwerpen vallen buiten het toepassingsgebied van deze norm:
Gelijkstroominstallaties (DC);
IT-, IU- en IM-stroomstelsels;
TN-C-stroomstelsels;
Beveiliging tegen overspanning veroorzaakt door aardfouten;
Laagspanningsopwekeenheden.
Daarnaast is NEN 4010 niet van toepassing op elektrische installaties van:
Jachthavens en vergelijkbare terreinen