Zoeken in
Zoeken in normen
6276 resultaten
132.2.5
Speciale aansluitvoorwaarden gesteld door de beheerder van het net waarop de installatie
wordt aangesloten.nlbOPMERKINGIn Nederland zijn deze voorwaarden opgenomen in de netcode.nlb
132.8 Beveiligingstoestellen
De eigenschappen van beveiligingstoestellen moeten zijn bepaald in overeenstemming met hun
functie, zoals beveiligen tegen de gevolgen van:— overstroom (overbelasting, kortsluiting);— aardfoutstroom;— overspanning;— onderspanning en geen spanning.De beveiligingstoestellen moeten in werking treden bij stroom-, spannings- en tijdwaarden
die zijn afgestemd op de eigenschappen van de stroomketens
132.11 Vermijden van wederzijdse nadelige beïnvloeding
De elektrische installatie moet zo zijn ontworpen dat geen wederzijdse nadelige
beïnvloeding kan plaatsvinden tussen elektrische en niet-elektrische installaties.
132.13 Documentatie voor de elektrische installatie
Elke elektrische installatie moet zijn voorzien van geschikte documentatie.
133.2.4 Gevraagd vermogen
Al het elektrisch materieel dat is gekozen op basis van zijn vermogenseigenschappen, moet
geschikt zijn voor het te voeren bedrijf van het materieel; hierbij moet rekening zijn
gehouden met de gebruiksomstandigheden waarvoor het materieel is ontworpen, zie
NEN 10050-691:1975,
IEV 691-10-02.
134.1.5
Al het elektrisch materieel moet zo zijn geïnstalleerd dat de bij het ontwerp voorziene
warmteafvoer niet nadelig wordt beïnvloed.
134.1.8
Wanneer bij een installatie gebruik wordt gemaakt van nieuwe materialen, uitvindingen of
methoden die leiden tot afwijkingen van de bepalingen uit deze norm, mag het uiteindelijke
veiligheidsniveau van de installatie niet lager zijn dan het niveau dat zou zijn verkregen
door aan deze norm te voldoen.
134.2 Eerste inspectie
Na eerste installatie en na elke nlb[niet overgenomen]nlb wijziging moeten
de elektrische installaties nlbof
gewijzigde delen ervannlb zijn
geïnspecteerd voordat deze in bedrijf worden gesteld, om vast te stellen of de werkzaamheden
naar behoren zijn uitgevoerd in overeenstemming met deze norm.
2.420 Bescherming tegen thermische invloeden
2.420.3.1brandbaarkunnende branden2.420.3.2brand
— proces van verbranding dat wordt gekenmerkt door de uitstoot van warmte en gassen in
combinatie met rook en/of vuur en/of gloeien— snelle verbranding die zich in tijd en ruimte ongecontroleerd verspreidt
2.420.3.3brandbaarheidvermogen van een materiaal of product te branden met een vlam, onder bepaalde
testcondities2.420.3.4ontsteekbaarheidmaat
312.2.1.1 Stelsels met één voedingsbron
In een TN-stelsel is één punt van de voedingsbron rechtstreeks met aarde verbonden en
zijn de metalen gestellen van de installatie door beschermingsleidingen met dat punt
verbonden.Op basis van de uitvoering van de nulleiding en de beschermingsleiding
zijn er drie soorten TN-stelsels te onderscheiden:— TN-S-stelsel: door het gehele stelsel is een afzonderlijke beschermingsleiding gebruikt
(voorbeelden
Zoeken in de website
132 resultaten
Hele keten aanspreken voor verstoring C2000
In delen van het land zijn er problemen met het C2000-netwerk. Storingen bemoeilijken de communicatie van de hulpdiensten, politie, brandweer en ambulance, die gebruik maken van het systeem. Onderzoek heeft uitgewezen dat PV-installaties de oorzaak zijn.
Eddie Hut, inspecteur Markttoezicht Agentschap Telecom: ”De hele keten is verantwoordelijk.”
“De eerste signalen over de problemen kwamen
Leidingberekening met NEN 4010 deel 2
In het artikel: “Zo maak je een eerste stap van een leidingberekening met NEN 4010”, heb ik stap 1 behandeld uit het onderstaande stappenplan (Figuur 1). Dit artikel vindt u hier: Zo maak je een eerste stap van een leidingberekening met NEN 4010. In dit nieuwe artikel komen de volgende stappen van leidingberekening aan de orde.
Auteur: Rob Kaspers
Figuur 1: Stappenplan uit 5.2.2 van NEN