Zoeken in
Zoeken in normen
6276 resultaten
702.522.8.101 Installatie volgens de zones
In de zones 0, 1 en 2 mogen leidingsystemen geen toegankelijke metalen mantels hebben.
Metalen mantels die niet toegankelijk zijn moeten zijn verbonden met de aanvullende
potentiaalvereffening.OPMERKINGKabels zijn bij voorkeur gelegd in buizen om herbekabeling mogelijk te maken.
702.522.8.102 Beperking van leidingsystemen volgens de zones
Leidingsystemen in de zones 0 en 1 moeten worden beperkt tot de leidingsystemen die
noodzakelijk zijn voor de voeding van materieel dat zich in die zones bevindt.Stroomketens in zone 2 of in wanden, plafonds of vloeren die zones 0, 1 of 2 begrenzen
en die materieel voeden buiten deze zones, moeten:— minimaal 5 cm diep liggen,— zijn beschermd door een aardlekbeveiliging met een toegekende aanspreekstroom
702.522.8.103 Aanvullende eisen voor de bedrading van fonteinen
Alleen kabels van type H07RN-F volgens NEN-EN 50525-2-21
of een type met ten minste vergelijkbare eigenschappen mogen zijn gebruikt.OPMERKINGAanvullend op het voldoen aan de NEN-EN 50525-2-21 zou de
geschiktheid voor permanent contact met water moeten worden verklaard door de
kabelfabrikant.Alleen buizen met classificatiecode X5XX volgens de bestandheid tegen stoten in
NEN-EN-IEC 61386-1 mogen
702.53 Besturings- en beveiligingstoestellen, schakelaars en scheiders
702.530 Inleiding
Voeg toe:
In zone 0 mag geen schakel-, beveiligings- en besturingsmaterieel, met inbegrip van
contactdozen, zijn geïnstalleerd.In zone 1 mogen schakel-, beveiligings- en besturingsmaterieel en contactdozen alleen zijn
geïnstalleerd indien deze worden gevoed door SELV, waarvan de voedingsbron buiten de zones 0
en 1 is geplaatst. Waar de SELV-voedingsbron in zone 2 is geïnstalleerd
702.55 Overig elektrisch materieel
702.550 Inleiding
Voeg toe:
702.550.101 Elektrische toestellen van zwembaden702.550.101.1 In de zones 0 en 1 mogen uitsluitend vast bevestigde elektrische toestellen worden
toegepast die speciaal zijn ontworpen voor gebruik in zwembaden, waarbij de eisen van
702.550.102 en 702.550.104 in aanmerking moeten worden genomen.702.550.101.2 Vast aangesloten reinigingsmaterieel voor zwembaden bedoeld
702.550.101.3
Aanvoerpompen of ander bijzonder elektrisch materieel dat speciaal is bedoeld voor
gebruik in zwembaden, in een ruimte of op een plaats gelegen naast het zwembad staat
opgesteld, en toegankelijk is via een luik (of deur) geplaatst in de verblijfsruimte
rondom het zwembad, moet zijn beveiligd zijn door een van de volgende
beschermingsmaatregelen:a) SELV lager dan of gelijk aan 12 V AC of 30 V
702.550.104.1
Vast aangebracht materieel dat speciaal is ontworpen voor gebruik in zwembaden
(bijvoorbeeld filtratiegroepen, straalstroompompen) en wordt gevoed bij lage spanning, is
toegelaten in zone 1 mits aan de volgende eisen is voldaan:a) het materieel moet zijn aangebracht binnen een omhulsel met gelijkwaardige isolatie
dat bescherming biedt tegen middelzware mechanische inslagen AG2;b) de eisen van
703.4 Beschermingsmaatregelen
703.41 Bescherming tegen elektrische schok703.410.3.5
Vervang de bestaande tekst door:
Bescherming door hindernissen en door plaatsing buiten handbereik, zoals beschreven in
bijlage 41.B, is niet toegelaten.703.410.3.6
Vervang de bestaande tekst door:
Bescherming door niet-geleidende ruimten en plaatselijke vereffening die niet met aarde is
verbonden, zoals beschreven in bijlage 41.C,
703.415.1.101
Alle stroomketens van de sauna, behalve de saunakachel, moeten aanvullend zijn beschermd
door een of meer toestellen voor aardlekbeveiliging met een toegekende aanspreekstroom van
ten hoogste 30 mA.
703.46 Schakelen en scheiden
703.463 Bedieningsschakeling
Voeg toe:
703.463.1.101 Schakel-, beveiligings- en besturingsmaterieel dat deel uitmaakt van het materieel van de
saunakachel of van overig in zone 2 vast opgesteld materieel, mag zijn geïnstalleerd in de
saunaruimte of -cabine volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Overig schakelmaterieel,
bijvoorbeeld voor verlichting, moet zijn geplaatst buiten de saunaruimte
Zoeken in de website
132 resultaten
Veiligheid PV-panelen: werk aan de winkel
Gepubliceerd in Mag 1010 / 02-2020
Auteur: dr. Gerrit Tenkink
Over de veiligheid van PV-panelen en dan met name de eenvoudige huisinstallaties, is het nodige te doen. Veel van de berichten komen uit de inspectiehoek, waar wordt opgemerkt dat de installatie van de panelen en randapparatuur vaak op een weinig deskundige manier plaatsvindt. De JWG PV is opgericht als reactie op deze berichten.
Nieuwe NEN 4010 als beter leesbare versie van NEN 1010
Tekst: Rob Kaspers Op 10 oktober 2020 werd het NEN 1010 LIVE! event gehouden, waarin de komende wijzigingen van NEN 1010:2020 werd toegelicht. Ook werd NEN 4010:2020 gepresenteerd. Hieronder een korte toelichting van de wijzigingen en nieuwe onderwerpen in NEN 4010.
NEN 4010:2020 vervangt NEN 4010:2019. Een logische stap, want NEN 4010 moet uiteraard in de pas lopen met NEN 1010:2020. Deze NEN
Spanningsverlies en spanningsopdrijving (PV-systemen)
Tekst: Rob Kaspersdecember 2020
Niet goed functionerende apparatuur, hogere opgenomen stroom van apparaten waardoor overbelasting ontstaat, minder lichtopbrengst, lichtflikkering en niet goed werkende relais, kunnen het gevolg zijn van een te groot spanningsverlies.
Elke geleider heeft weerstand. Wanneer er stroom door een weerstand loopt, ontstaat een spanningsval.
NEN 1010 geeft aan in 525
Bij werken onder spanning zijn PBM’s niet voldoende
Het gebruik van PBM’s Persoonlijke BeschermingsMiddelen) bij het werken ontslaat je niet van een aantal veiligheidsprocedures die je in acht moet nemen. Maar daar wordt vaak te makkelijk aan voorbij gegaan. Beschermende handschoenen of gelaatsbescherming is niet voldoende. Vaak zijn aanvullende maatregelen verplicht.
Als ik kijk naar mijn arbeidsverleden heb ik erg vaak onnodig risico genomen bij
Spanningsopdrijving (PV-systemen): wie lost het probleem van ongewenste uitval op?
Regelmatig hoor ik mensen klagen over ongewenste uitval van de omvormer van hun PV-systeem. In het voorjaar of in de zomer wordt vaak maximaal elektriciteit opgewekt, terwijl de afname minimaal is. De spanningsopdrijving wordt dan te groot, waardoor de omvormer automatisch uitschakelt.
In een eerder artikel heb ik geschreven over spanningsverlies en spanningsopdrijving door PV-systemen. Daarin leg
De aardlekbeveiliging (RCD) in het ontwerp van de installatie
Inmiddels is bij veel elektrotechnici bekend dat in NEN 1010:2020 het maximumaantal van vier groepen achter één RCD (aardlekbeveiliging) is losgelaten. Daarover is veel discussie gevoerd en dat is bij dit soort wijzigingen begrijpelijk. Stuurt NEN 1010:2020 de installateur nu het bos in, of zijn er toch nog richtlijnen waarmee rekening moet worden gehouden. Hoe passen we de nieuwe tekst uit NEN 1010
Back-upbeveiliging, ook wel bekend als escortebeveiliging
In Rubriek 536 van NEN 1010:2020 wordt het onderwerp ’Coördinatie van elektrisch materieel voor beveiligen, scheiden, schakelen, besturen en bedienen‘ uitgebreid uitgewerkt.
Onderstaand artikel over selectiviteit had ik al eerder geschreven.
Selectiviteit is een onderdeel van ’Coördinatie‘. Ook ’Back-upbeveiliging‘ valt onder de verzamelnaam: ’Coördinatie’.
Coördinatie uit rubriek 536 gaat
Is toepassing van NEN 1010 verplicht?
In Nederland moeten elektrische installaties in gebouwen voldoen aan het Bouwbesluit. Dit verwijst voor laagspanningsinstallaties (tot 1000 V wisselspanning) naar NEN 1010. Wanneer een elektrische installatie voldoet aan NEN 1010, bestaat ‘het vermoeden van overeenstemming’ met deze wettelijke eisen.
Gelden er voor een elektrische installatie in een besloten ruimte andere eisen?
Nee, NEN 1010 maakt geen onderscheid tussen besloten en niet-besloten ruimten.