Zoeken in
Zoeken in normen
6276 resultaten
6.4.3.3 Isolatieweerstand van de elektrische installatie
De isolatieweerstand moet worden gemeten tussen:a) de actieve geleiders onderling enb) de actieve geleiders en de beschermingsleiding.Voor deze meting mogen actieve geleiders met elkaar zijn verbonden indien de meting dat
toelaat.In de praktijk kan het nodig zijn om de meting uit te voeren tijdens de installatie,
voordat materieel wordt aangesloten.Wanneer de stroomketen materieel bevat dat het
6.4.3.4 Bescherming door SELV-ketens, PELV-ketens of elektrische scheiding
De scheiding van stroomketens moet plaatsvinden volgens 6.4.3.4.1 bij bescherming door SELV-ketens, 6.4.3.4.2 bij bescherming door PELV-ketens en 6.4.3.4.3 bij bescherming door elektrische
scheiding.De waarden van de volgens 6.4.3.4.1, 6.4.3.4.2 en 6.4.3.4.3 gemeten isolatieweerstand moeten ten minste gelijk zijn
aan die van de stroomketen waarin de hoogste spanning aanwezig is, in overeenstemming
6.4.3.7 Bescherming door automatische uitschakeling van de voeding
OPMERKINGWaar toestellen voor aardlekbeveiliging tevens voor de bescherming tegen brand worden
toegepast, mogen de relevante bepalingen van hoofdstuk 42 worden geacht te vallen onder de inspectie van de bescherming door
automatische uitschakeling van de voeding.6.4.3.7.1 AlgemeenDe inspectie van de doeltreffendheid van de beschermingsmaatregelen voor foutbescherming
door automatische uitschakeling
6.4.3.7.1 Algemeen
De inspectie van de doeltreffendheid van de beschermingsmaatregelen voor foutbescherming
door automatische uitschakeling van de voeding moet als volgt plaatsvinden:a) Bij TN-stelsels moet worden geïnspecteerd of wordt voldaan aan het bepaalde in 411.4.4 en 411.3.2 door:1) Meting van de impedantie van de aardfoutstroomketen indien mogelijk (zie 6.4.3.7.3).Indien meting van de impedantie van de
6.4.3.9 Inspectie van de fasevolgorde
Bij meerfasestroomketens moet worden geverifieerd of de fasevolgorde in stand blijft.
6.4.4.1
Ter voltooiing van de inspectie van een nieuwe installatie of uitbreidingen aan of
wijzigingen van een bestaande installatie moet een eerste rapport worden opgesteld. Deze
documentatie moet nadere gegevens bevatten over de omvang van de installatie die in het
rapport wordt beschreven, met daarnaast een vastlegging van de visuele inspectie en de
resultaten van metingen en beproevingen.Eventuele
6.5.1.5
De inspectie moet worden uitgevoerd door een vakbekwaam persoon die de deskundigheid bezit
om inspecties uit te voeren.OPMERKINGEisen betreffende de kwalificaties voor ondernemingen en personen worden op nationaal
niveau vastgesteld.
6.5.3.2
Het rapport moet het volgende bevatten:— details van de installatiedelen die zijn geïnspecteerd;— iedere beperking aan de visuele inspectie, metingen en beproevingen;— iedere schade, aftakeling, alle gebreken of gevaarlijke condities;— ieder niet-in-overeenstemming-zijn met de eisen uit deze norm dat tot gevaar kan
leiden;— inspectieschema’s;— overzichten van resultaten van de van toepassing
6.5.3.3
Het rapport kan aanbevelingen bevatten voor reparaties en verbeteringen, zoals opwaarderen
van de installatie zodat deze in overeenstemming is met de huidige norm.
DEEL 7 BEPALINGEN VOOR BIJZONDERE INSTALLATIES EN BIJZONDERE RUIMTEN EN OMGEVINGEN
De bepalingen in deel 7 geven aanvullingen op of
vervangingen van bepalingen uit de delen 1 t/m 6, die gelden voor bijzondere installaties en installaties in
bijzondere ruimten en omgevingen.De aanvullingen of vervangingen zijn gegeven in de volgorde van de delen 1 t/m 6.Bij de bepalingen van deel 7 zijn de volgende
invoeginstructies van toepassing:— Voeg toe: de desbetreffende tekst uit deel
Zoeken in de website
132 resultaten
Veiligheid PV-panelen: werk aan de winkel
Gepubliceerd in Mag 1010 / 02-2020
Auteur: dr. Gerrit Tenkink
Over de veiligheid van PV-panelen en dan met name de eenvoudige huisinstallaties, is het nodige te doen. Veel van de berichten komen uit de inspectiehoek, waar wordt opgemerkt dat de installatie van de panelen en randapparatuur vaak op een weinig deskundige manier plaatsvindt. De JWG PV is opgericht als reactie op deze berichten.
Nieuwe NEN 4010 als beter leesbare versie van NEN 1010
Tekst: Rob Kaspers Op 10 oktober 2020 werd het NEN 1010 LIVE! event gehouden, waarin de komende wijzigingen van NEN 1010:2020 werd toegelicht. Ook werd NEN 4010:2020 gepresenteerd. Hieronder een korte toelichting van de wijzigingen en nieuwe onderwerpen in NEN 4010.
NEN 4010:2020 vervangt NEN 4010:2019. Een logische stap, want NEN 4010 moet uiteraard in de pas lopen met NEN 1010:2020. Deze NEN
Spanningsverlies en spanningsopdrijving (PV-systemen)
Tekst: Rob Kaspersdecember 2020
Niet goed functionerende apparatuur, hogere opgenomen stroom van apparaten waardoor overbelasting ontstaat, minder lichtopbrengst, lichtflikkering en niet goed werkende relais, kunnen het gevolg zijn van een te groot spanningsverlies.
Elke geleider heeft weerstand. Wanneer er stroom door een weerstand loopt, ontstaat een spanningsval.
NEN 1010 geeft aan in 525
Bij werken onder spanning zijn PBM’s niet voldoende
Het gebruik van PBM’s Persoonlijke BeschermingsMiddelen) bij het werken ontslaat je niet van een aantal veiligheidsprocedures die je in acht moet nemen. Maar daar wordt vaak te makkelijk aan voorbij gegaan. Beschermende handschoenen of gelaatsbescherming is niet voldoende. Vaak zijn aanvullende maatregelen verplicht.
Als ik kijk naar mijn arbeidsverleden heb ik erg vaak onnodig risico genomen bij
Spanningsopdrijving (PV-systemen): wie lost het probleem van ongewenste uitval op?
Regelmatig hoor ik mensen klagen over ongewenste uitval van de omvormer van hun PV-systeem. In het voorjaar of in de zomer wordt vaak maximaal elektriciteit opgewekt, terwijl de afname minimaal is. De spanningsopdrijving wordt dan te groot, waardoor de omvormer automatisch uitschakelt.
In een eerder artikel heb ik geschreven over spanningsverlies en spanningsopdrijving door PV-systemen. Daarin leg
De aardlekbeveiliging (RCD) in het ontwerp van de installatie
Inmiddels is bij veel elektrotechnici bekend dat in NEN 1010:2020 het maximumaantal van vier groepen achter één RCD (aardlekbeveiliging) is losgelaten. Daarover is veel discussie gevoerd en dat is bij dit soort wijzigingen begrijpelijk. Stuurt NEN 1010:2020 de installateur nu het bos in, of zijn er toch nog richtlijnen waarmee rekening moet worden gehouden. Hoe passen we de nieuwe tekst uit NEN 1010
Back-upbeveiliging, ook wel bekend als escortebeveiliging
In Rubriek 536 van NEN 1010:2020 wordt het onderwerp ’Coördinatie van elektrisch materieel voor beveiligen, scheiden, schakelen, besturen en bedienen‘ uitgebreid uitgewerkt.
Onderstaand artikel over selectiviteit had ik al eerder geschreven.
Selectiviteit is een onderdeel van ’Coördinatie‘. Ook ’Back-upbeveiliging‘ valt onder de verzamelnaam: ’Coördinatie’.
Coördinatie uit rubriek 536 gaat
Is toepassing van NEN 1010 verplicht?
In Nederland moeten elektrische installaties in gebouwen voldoen aan het Bouwbesluit. Dit verwijst voor laagspanningsinstallaties (tot 1000 V wisselspanning) naar NEN 1010. Wanneer een elektrische installatie voldoet aan NEN 1010, bestaat ‘het vermoeden van overeenstemming’ met deze wettelijke eisen.
Gelden er voor een elektrische installatie in een besloten ruimte andere eisen?
Nee, NEN 1010 maakt geen onderscheid tussen besloten en niet-besloten ruimten.