Zoeken in
Zoeken in normen
6276 resultaten
557.6.5 Aansluiting op de hoofdstroomketen
557.6.5.1 Stuurstroomketens zonder directe verbinding met de hoofdstroomketenElektrische actuatoren, zoals bekrachtigingsrelais, magneetschakelaars,
signaleringslampen, elektromagnetische sloten, moeten worden aangesloten op de
gemeenschappelijke geleider (zie figuur 557.4):a) in geaarde stuurstroomketens aan de geaarde (gemeenschappelijke) geleider;b) in ongeaarde stuurstroomketens aan de
557.6.5.1 Stuurstroomketens zonder directe verbinding met de hoofdstroomketen
Elektrische actuatoren, zoals bekrachtigingsrelais, magneetschakelaars,
signaleringslampen, elektromagnetische sloten, moeten worden aangesloten op de
gemeenschappelijke geleider (zie figuur 557.4):a) in geaarde stuurstroomketens aan de geaarde (gemeenschappelijke) geleider;b) in ongeaarde stuurstroomketens aan de gemeenschappelijke geleider.Figuur 557.4
—
Opbouw van een stuurstroomketenUitzondering
559.5 Leidingsystemen voor verlichtingsinstallaties
559.5.1 Aansluiting op de vast aangelegde leidingenLeidingsystemen moeten eindigen in:— een doos die moet voldoen aan het desbetreffende deel van
NEN-EN-IEC 60670,— een connector voor het aansluiten van een verlichtingsarmatuur (‘device for connecting
luminaires’, DCL) volgens NEN-EN-IEC 61995, gemonteerd in
een doos of— elektrisch materieel ontworpen om direct op het leidingsysteem te worden
559.5.3 Doorgaande leidingen
De installatie van doorgaande leidingen in een verlichtingsarmatuur is alleen toegelaten
bij verlichtingsarmaturen die hiervoor zijn ontworpen.Wanneer verbindingsmaterieel nodig is, maar niet is inbegrepen bij de verlichtingsarmatuur
die voor doorlopende leidingen is ontworpen, moet dit verbindingsmaterieel bestaan uit:— klemmen voor de aansluiting op de voeding volgens
NEN-EN-IEC 60998,— installatieconnectoren
559.5.5 Groepen verlichtingsarmaturen
Groepen verlichtingsarmaturen die zijn verdeeld over de drie faseleidingen van een
driefasestroomketen met slechts één gemeenschappelijke nulleiding, moeten zijn voorzien van
ten minste één toestel dat gelijktijdig alle faseleidingen verbreekt.OPMERKINGZie ook rubriek 537.
559.9 Stroboscopische effecten
In het geval van verlichting van gebouwen waar machines met bewegende delen in bedrijf
zijn, moet aandacht worden geschonken aan de stroboscopische effecten waardoor een
misleidende indruk kan ontstaan dat bewegende delen stilstaan. Deze effecten kunnen worden
voorkomen door verlichtingsarmaturen met geschikte voorschakelapparatuur te kiezen
(bijvoorbeeld hoogfrequente elektronische voorschakelapparatuur
560.3 Termen en definities
De specifieke termen en definities van hoofdstuk 56
zijn opgenomen in deel 2.
560.7 Stroomketens voor veiligheidsvoorzieningen
560.7.1 Stroomketens van veiligheidsvoorzieningen moeten onafhankelijk zijn van andere
stroomketens.Dit houdt in dat een elektrisch defect of wijziging in de ene installatie de goede werking
van de andere niet mag beïnvloeden. Daardoor kan het nodig zijn om een scheiding aan te
brengen met behulp van brandwerend materiaal, verschillende leidingroutes of omhulsels.560.7.2 Stroomketens van veiligheidsvoorzieningen
560.7.9
Tekeningen van de elektrische installaties voor veiligheidsvoorzieningen moeten aanwezig
zijn, met daarop de exacte plaats van:— al het elektrisch materieel en alle schakel- en verdeelinrichtingen, met
materieelaanduidingen;— materieel voor veiligheidsvoorzieningen met aanduiding van de eindgroepen en
bijzonderheden en bestemming van het materieel;— speciaal materieel voor schakel- en bewakingsdoeleinden
560.7.10
Er moet zijn voorzien in een lijst van alle elektrische toestellen die permanent zijn
aangesloten op de voedingsbron voor veiligheidsvoorzieningen, met daarop de nominale
elektrische vermogens, de nominale stromen en de aanloopstromen en aanlooptijden van de
elektrische toestellen.OPMERKINGDeze informatie wordt vaak opgenomen in elektrische schema’s.
Zoeken in de website
132 resultaten
Veiligheid PV-panelen: werk aan de winkel
Gepubliceerd in Mag 1010 / 02-2020
Auteur: dr. Gerrit Tenkink
Over de veiligheid van PV-panelen en dan met name de eenvoudige huisinstallaties, is het nodige te doen. Veel van de berichten komen uit de inspectiehoek, waar wordt opgemerkt dat de installatie van de panelen en randapparatuur vaak op een weinig deskundige manier plaatsvindt. De JWG PV is opgericht als reactie op deze berichten.
Nieuwe NEN 4010 als beter leesbare versie van NEN 1010
Tekst: Rob Kaspers Op 10 oktober 2020 werd het NEN 1010 LIVE! event gehouden, waarin de komende wijzigingen van NEN 1010:2020 werd toegelicht. Ook werd NEN 4010:2020 gepresenteerd. Hieronder een korte toelichting van de wijzigingen en nieuwe onderwerpen in NEN 4010.
NEN 4010:2020 vervangt NEN 4010:2019. Een logische stap, want NEN 4010 moet uiteraard in de pas lopen met NEN 1010:2020. Deze NEN
Spanningsverlies en spanningsopdrijving (PV-systemen)
Tekst: Rob Kaspersdecember 2020
Niet goed functionerende apparatuur, hogere opgenomen stroom van apparaten waardoor overbelasting ontstaat, minder lichtopbrengst, lichtflikkering en niet goed werkende relais, kunnen het gevolg zijn van een te groot spanningsverlies.
Elke geleider heeft weerstand. Wanneer er stroom door een weerstand loopt, ontstaat een spanningsval.
NEN 1010 geeft aan in 525
Bij werken onder spanning zijn PBM’s niet voldoende
Het gebruik van PBM’s Persoonlijke BeschermingsMiddelen) bij het werken ontslaat je niet van een aantal veiligheidsprocedures die je in acht moet nemen. Maar daar wordt vaak te makkelijk aan voorbij gegaan. Beschermende handschoenen of gelaatsbescherming is niet voldoende. Vaak zijn aanvullende maatregelen verplicht.
Als ik kijk naar mijn arbeidsverleden heb ik erg vaak onnodig risico genomen bij
Spanningsopdrijving (PV-systemen): wie lost het probleem van ongewenste uitval op?
Regelmatig hoor ik mensen klagen over ongewenste uitval van de omvormer van hun PV-systeem. In het voorjaar of in de zomer wordt vaak maximaal elektriciteit opgewekt, terwijl de afname minimaal is. De spanningsopdrijving wordt dan te groot, waardoor de omvormer automatisch uitschakelt.
In een eerder artikel heb ik geschreven over spanningsverlies en spanningsopdrijving door PV-systemen. Daarin leg
De aardlekbeveiliging (RCD) in het ontwerp van de installatie
Inmiddels is bij veel elektrotechnici bekend dat in NEN 1010:2020 het maximumaantal van vier groepen achter één RCD (aardlekbeveiliging) is losgelaten. Daarover is veel discussie gevoerd en dat is bij dit soort wijzigingen begrijpelijk. Stuurt NEN 1010:2020 de installateur nu het bos in, of zijn er toch nog richtlijnen waarmee rekening moet worden gehouden. Hoe passen we de nieuwe tekst uit NEN 1010
Back-upbeveiliging, ook wel bekend als escortebeveiliging
In Rubriek 536 van NEN 1010:2020 wordt het onderwerp ’Coördinatie van elektrisch materieel voor beveiligen, scheiden, schakelen, besturen en bedienen‘ uitgebreid uitgewerkt.
Onderstaand artikel over selectiviteit had ik al eerder geschreven.
Selectiviteit is een onderdeel van ’Coördinatie‘. Ook ’Back-upbeveiliging‘ valt onder de verzamelnaam: ’Coördinatie’.
Coördinatie uit rubriek 536 gaat
Is toepassing van NEN 1010 verplicht?
In Nederland moeten elektrische installaties in gebouwen voldoen aan het Bouwbesluit. Dit verwijst voor laagspanningsinstallaties (tot 1000 V wisselspanning) naar NEN 1010. Wanneer een elektrische installatie voldoet aan NEN 1010, bestaat ‘het vermoeden van overeenstemming’ met deze wettelijke eisen.
Gelden er voor een elektrische installatie in een besloten ruimte andere eisen?
Nee, NEN 1010 maakt geen onderscheid tussen besloten en niet-besloten ruimten.