Resultaat verfijnen

Normen
Status
Filters wissen
Zoeken in normenFilter resultaten
6276 resultaten
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
721.B.313   Voedingbronnen
721.B.313.4   VoedingsbronnenDe installatie behoort te worden gevoed vanuit een of meer van de volgende bronnen:a)   de elektrische installatie van het trekkende voertuig;b)   een in de caravan gemonteerde hulpbatterij;c)   een DC-voeding op lage spanning via een transformator/gelijkrichtereenheid in overeenstemming met NEN-EN-IEC 60335-1 en NEN-EN-IEC 61558-2-6;d)   een door een willekeurige energiebron
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
721.B.521   Soorten leidingsystemen
721.B.521.2   De leidingen behoren een samengeslagen kern van klasse 2 of van klasse 5 te hebben en te voldoen aan NEN 3621 of NEN EN 50525.
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
721.B.53   Besturings- en beveiligingstoestellen, schakelaars en scheiders
721.B.533   Beveiligingstoestellen tegen overstroom721.B.533.1   Algemene bepalingen721.B.533.1.5   Het beveiligingstoestel tegen overstroom voor de voeding vanaf het trekkende voertuig behoort zo dicht mogelijk bij de hulpbatterij te zijn geplaatst, maar in geen geval op meer dan 1 000 mm daarvandaan. Het beveiligingstoestel tegen overstroom voor de hulpbatterij behoort te zijn aangebracht aan het
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
721.B.533   Beveiligingstoestellen tegen overstroom
721.B.533.1   Algemene bepalingen721.B.533.1.5   Het beveiligingstoestel tegen overstroom voor de voeding vanaf het trekkende voertuig behoort zo dicht mogelijk bij de hulpbatterij te zijn geplaatst, maar in geen geval op meer dan 1 000 mm daarvandaan. Het beveiligingstoestel tegen overstroom voor de hulpbatterij behoort te zijn aangebracht aan het einde van de batterijkabel en vóór de vaste installatie
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
721.B.55.3.3   Aansluitklemmen
De aansluitklemmen van hulpbatterijen behoren duidelijk en duurzaam te zijn gemerkt met '+' en '-'. Aansluitingen op klemmen van de hulpbatterij behoren deugdelijk te zijn vastgeklemd of vastgeschroefd om een ononderbroken contact te waarborgen, en behoren te zijn geïsoleerd tenzij de hulpbatterij is voorzien van een isolerende voorziening.
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
721.B.55.3.5   Ruimte voor de hulpbatterij
Wanneer de elektrolyt van deze batterij een vloeistof is, behoort eronder een bak te zijn aangebracht.Het inwendige van een ruimte met hulpbatterij behoort te worden geventileerd en te zijn beschermd tegen de corrosieve effecten van zure gassen, volgens een van de volgende methoden:a)   installatie van een gesloten hulpbatterij met een externe ventilatie-uitrusting die naar buiten de caravan leidt.b
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
721.B.55.4.1   Generatoren en transformatoren/gelijkrichtereenheden
Indien de voeding wordt verkregen vanuit een generator of vanuit een laagspanningsnet via een transformator/gelijkrichtereenheid, behoort de extra lage spanning aan de uitgaande klemmen van de voedingseenheid te liggen tussen 11 V en 14 V bij belastingen vanaf 0,5 A tot aan de maximaal toegekende belasting van de voedingseenheid. Over hetzelfde belastingsbereik mag de AC-rimpel niet meer bedragen dan
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
721.B.55.5.1
De stroomketen voor het laden van een hulpbatterij behoort gescheiden te zijn van een stroomketen waarop een koelkast is aangesloten.
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
721.B.55.7.1   Algemeen
In de technische beschrijving van de caravan behoort de fabrikant te vermelden of eenELV-toestel geschikt is voor gebruik met een voeding afkomstig van een DC-generator of een transformator/gelijkrichtereenheid.Toestellen die geschikt zijn om te werken op zowel 230 V AC als 12 V DC, zijn toegelaten mits de systemen op wisselspanning en op gelijkspanning van elkaar zijn gescheiden en geen onderlinge
NEN 1010:2015+A1:2020 Norm
721.B.55.7.2   Keuze en aansluiten van toestellen
Alle toestellen behoren te zijn aangebracht en aangesloten volgens de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. Waar polariteitsgevoelige toestellen zijn aangebracht en aangesloten, behoren uitsluitend die toestellen te worden gebruikt waarvan de aansluitklemmen zijn voorzien van de tekens '-' en '+', of die twee geleiders hebben waarbij de polariteit is aangegeven met kleur of door etiketten of manchetten
Zoeken in de websiteFilter resultaten
132 resultaten
Pagina
Beschermende vereffening
Beschermende vereffening werd eerder basispotentiaalvereffening genoemd. Het heet nu beschermende vereffening om aan te duiden dat het om potentiaal vereffening gaat in verband met de veiligheid. Dit artikel gaat in op de werking van beschermende vereffening (niet te verwarren met de aanvullende beschermende potentiaalvereffening, zoals die in een ruimte met een bad of douche moet worden toegepast)
Pagina
Herziening Machinerichtlijn in de maak
Momenteel wordt hard gewerkt aan een herziening van de Machinerichtlijn. Deze richtlijn zal vervangen worden door de nieuwe Machineverordening. Hoewel de Machinerichtlijn voor het grootste deel nog behouden zal blijven, is deze op onderdelen toe aan vernieuwing. De huidige stamt immers uit 2006 en is op bepaalde onderdelen ingehaald door de stand der techniek. Wanneer precies deze Machineverordening
Pagina
Waarom een type B aardlekbeveiliging toepassen?
Auteur: Rob Kaspers In dit artikel gaat Rob Kaspers uit op de verschillende types aardlekschakelaars. En waarom je een type B aardlekbeveiliging moet toepassen. De toepassing van de type B RCD (aardlekbeveiliging), raakt steeds meer ingeburgerd. Toch zijn er genoeg voorbeelden van projecten waar type A RCD’s zijn toegepast, terwijl dit een type B moet zijn. Dat heeft nadelige gevolgen voor de
Vraag & antwoord
Op welke installaties is NEN 1010 van toepassing?
NEN 1010 is van toepassing op vast aangelegde elektrische installaties met lage spanning (tot 1000 V wisselspanning of 1500 V gelijkspanning). Bijvoorbeeld in woonhuizen, winkels, kantoorgebouwen, hotels, scholen, theaters en boerderijen. NEN 1010 is niet van toepassing op bijzondere installaties, zoals de elektrische uitrusting van machines, installaties op schepen en elektrische tractiesystemen
Vraag & antwoord
Bestaat er een NEN 1010-certificaat?
Nee, maar het is vaak wel mogelijk om na oplevering of inspectie van een installatie een verklaring te laten opstellen door een installateur of inspecteur waarin deze bevestigt dat de installatie voldoet aan NEN 1010. Een dergelijke verklaring kan worden beschouwd als ‘NEN 1010-certificaat’.
Vraag & antwoord
Wat is NEN 4010?
NEN 4010 is een norm met eisen voor het ontwerpen en het installeren van elektrische installaties voor laagspanning. Deze norm is gebaseerd op de Nederlandse omstandigheden en de algemene Nederlandse installatiepraktijk.
Vraag & antwoord
Als ik aan NEN 4010 voldoe, voldoe ik dan ook aan NEN 1010?
Met NEN 4010 voldoet u als installateur ook aan de elektrotechnische veiligheidseisen in de bouwwet- en regelgeving. Dat geldt alleen binnen het toepassingsgebied van NEN 4010. Voor onderwerpen die buiten het toepassingsgebied van NEN 4010 vallen, moet NEN 1010 worden gebruikt.
Vraag & antwoord
Hoe leg ik vast dat ik volgens NEN 4010 werk?
U kunt in de afspraken die u met uw opdrachtgever maakt, vastleggen dat u volgens NEN 4010 werkt.
Vraag & antwoord
Welke stroomstelsels behandelt NEN 4010?
NEN 4010 behandelt de volgende stroomstelsels en wijzen van aarding: — TN-stelsels met één voedingsbron; — TN-stelsels met meerdere voedingsbronnen; — TT-stelsel.
Vraag & antwoord
Welke elektrische installaties en onderwerpen vallen buiten het toepassingsgebied van NEN 4010?
De volgende elektrische installaties en onderwerpen vallen buiten het toepassingsgebied van deze norm: Gelijkstroominstallaties (DC); IT-, IU- en IM-stroomstelsels; TN-C-stroomstelsels; Beveiliging tegen overspanning veroorzaakt door aardfouten; Laagspanningsopwekeenheden. Daarnaast is NEN 4010 niet van toepassing op elektrische installaties van: Jachthavens en vergelijkbare terreinen