Zoeken in
Zoeken in normen
6276 resultaten
721.B.313 Voedingbronnen
721.B.313.4 VoedingsbronnenDe installatie behoort te worden gevoed vanuit een of meer van de volgende bronnen:a) de elektrische installatie van het trekkende voertuig;b) een in de caravan gemonteerde hulpbatterij;c) een DC-voeding op lage spanning via een transformator/gelijkrichtereenheid in overeenstemming met NEN-EN-IEC 60335-1 en NEN-EN-IEC 61558-2-6;d) een door een willekeurige energiebron
721.B.521 Soorten leidingsystemen
721.B.521.2 De leidingen behoren een samengeslagen kern van klasse 2 of van klasse 5 te hebben en te voldoen aan NEN 3621 of NEN EN 50525.
721.B.53 Besturings- en beveiligingstoestellen, schakelaars en scheiders
721.B.533 Beveiligingstoestellen tegen overstroom721.B.533.1 Algemene bepalingen721.B.533.1.5 Het beveiligingstoestel tegen overstroom voor de voeding vanaf het trekkende voertuig behoort zo dicht mogelijk bij de hulpbatterij te zijn geplaatst, maar in geen geval op meer dan 1 000 mm daarvandaan. Het beveiligingstoestel tegen overstroom voor de hulpbatterij behoort te zijn aangebracht aan het
721.B.533 Beveiligingstoestellen tegen overstroom
721.B.533.1 Algemene bepalingen721.B.533.1.5 Het beveiligingstoestel tegen overstroom voor de voeding vanaf het trekkende voertuig behoort zo dicht mogelijk bij de hulpbatterij te zijn geplaatst, maar in geen geval op meer dan 1 000 mm daarvandaan. Het beveiligingstoestel tegen overstroom voor de hulpbatterij behoort te zijn aangebracht aan het einde van de batterijkabel en vóór de vaste installatie
721.B.55.3.3 Aansluitklemmen
De aansluitklemmen van hulpbatterijen behoren duidelijk en duurzaam te zijn gemerkt met '+' en '-'. Aansluitingen op klemmen van de hulpbatterij behoren deugdelijk te zijn vastgeklemd of vastgeschroefd om een ononderbroken contact te waarborgen, en behoren te zijn geïsoleerd tenzij de hulpbatterij is voorzien van een isolerende voorziening.
721.B.55.3.5 Ruimte voor de hulpbatterij
Wanneer de elektrolyt van deze batterij een vloeistof is, behoort eronder een bak te zijn aangebracht.Het inwendige van een ruimte met hulpbatterij behoort te worden geventileerd en te zijn beschermd tegen de corrosieve effecten van zure gassen, volgens een van de volgende methoden:a) installatie van een gesloten hulpbatterij met een externe ventilatie-uitrusting die naar buiten de caravan leidt.b
721.B.55.4.1 Generatoren en transformatoren/gelijkrichtereenheden
Indien de voeding wordt verkregen vanuit een generator of vanuit een laagspanningsnet via een transformator/gelijkrichtereenheid, behoort de extra lage spanning aan de uitgaande klemmen van de voedingseenheid te liggen tussen 11 V en 14 V bij belastingen vanaf 0,5 A tot aan de maximaal toegekende belasting van de voedingseenheid. Over hetzelfde belastingsbereik mag de AC-rimpel niet meer bedragen dan
721.B.55.5.1
De stroomketen voor het laden van een hulpbatterij behoort gescheiden te zijn van een stroomketen waarop een koelkast is aangesloten.
721.B.55.7.1 Algemeen
In de technische beschrijving van de caravan behoort de fabrikant te vermelden of eenELV-toestel geschikt is voor gebruik met een voeding afkomstig van een DC-generator of een transformator/gelijkrichtereenheid.Toestellen die geschikt zijn om te werken op zowel 230 V AC als 12 V DC, zijn toegelaten mits de systemen op wisselspanning en op gelijkspanning van elkaar zijn gescheiden en geen onderlinge
721.B.55.7.2 Keuze en aansluiten van toestellen
Alle toestellen behoren te zijn aangebracht en aangesloten volgens de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. Waar polariteitsgevoelige toestellen zijn aangebracht en aangesloten, behoren uitsluitend die toestellen te worden gebruikt waarvan de aansluitklemmen zijn voorzien van de tekens '-' en '+', of die twee geleiders hebben waarbij de polariteit is aangegeven met kleur of door etiketten of manchetten
Zoeken in de website
132 resultaten
Welke versie van NEN 1010 zit in ‘Werken met NEN 1010’?
Versie NEN 1010:2020 en versie NEN 1010:2015 staat allebei in ‘Werken met NEN 1010’.
Waar gaat NEN 4010 over?
De norm NEN 4010 gaat over elektrische installaties voor laagspanning en geeft eisen die gericht zijn op de algemene Nederlandse installatiepraktijk.
Voor wie is NEN 4010 bedoeld?
NEN 4010 is bedoeld voor ontwerpers en installateurs die de meest voorkomende werkzaamheden aan elektrische installaties voor laagspanning verrichten en inspecteurs.
Wat is het doel van NEN 4010?
Het doel van deze norm is:
— een elektrische installatie goed en veilig te laten werken tijdens normaal gebruik en normaal bedrijf;
— mensen en vee te beschermen tegen gevaren die kunnen optreden in of nabij een elektrische installatie;
— materiële zaken te beschermen tegen schade die kan ontstaan in of nabij een elektrische installatie.
Ter bescherming van mensen, vee en materiële zaken
Waarom is NEN 4010 opgesteld?
De norm NEN 4010 is opgesteld om de vele eisen voor elektrische installaties voor laagspanning voor een brede doelgroep toegankelijk te maken. Niet iedere installateur krijgt in zijn werk te maken met alle eisen die in NEN 1010 staan. Met een norm voor de algemene installatiepraktijk is NEN 4010 voor veel installateurs voldoende om hun veelvoorkomende werkzaamheden uit te voeren.
Wie heeft de norm NEN 4010 geschreven?
De normcommissie NEN 64, Installatievoorschriften, lage spanning, die verantwoordelijk is voor NEN 1010, heeft een implementatiecommissie ingesteld: NEC 64-IC. Deze implementatiecommissie heeft de opdracht gekregen een ´leesbare NEN 1010´ te schrijven.
Hoort NPR 5310 ook bij NEN 4010?
Nee, NPR 5310 is een praktijkrichtlijn bij NEN 1010.
Kan ik ook inspecteren met NEN 4010?
Ja, deel 6 Inspectie van NEN 1010 is versie NEN 4010:2020 opgenomen. Een inspecteur kan aan de hand van NEN 4010 inspecteren of aan de eisen voor aanleg van de elektrische installatie is voldaan.
Behandelt NEN 4010 ook TN-C-stelsels?
Nee, NEN 4010 behandelt geen TN-C-stelsels, want dat is geen algemene installatiepraktijk in Nederland. TN‑C‑stelsels kunnen zwerfstromen veroorzaken, met daardoor een verhoogd risico op brand, corrosie en elektromagnetische interferentie.
TN-C-stelsels zijn niet toelaten in onder andere:
gebouwen met informatietechnologie;
gebouwen met landbouw, tuinbouw of veeteelt.
Welke beschermingsmaatregelen vallen buiten het toepassingsgebied van NEN 4010?
De volgende beschermingsmaatregelen vallen buiten het toepassingsgebied van deze norm:
— bescherming door hindernissen;
— bescherming door plaatsing buiten handbereik;
— bescherming door plaatselijke vereffening die niet met aarde is verbonden;
— bescherming door niet-geleidende ruimten;
— galvanische scheiding van de voeding voor meer dan één elektrisch toestel.