Zoeken in
Zoeken in normen
6276 resultaten
729.A.1 Ontruiming
Om ontruiming te vergemakkelijken moeten de deuren van al het materieel in de ruimte in de richting van de vluchtweg sluiten. Gangpaden moeten voldoende ruimte bieden voor het openen van deuren en zwenkramen van het materieel tot ten minste 90º (zie figuur 729.A.1).OPMERKINGFiguren 729.A.1, 729.A.2 en 729.A.3 tonen de minimale breedte van gangpaden en doorgangsafstanden voor een ontruiming.Figuur 729
753.A
Bijlage 753.A(normatief)Informatie voor de gebruiker van de installatieBij voltooiing van de installatie moet aan de opdrachtgever voor de werkzaamheden een beschrijving van het verwarmingssysteem ter beschikking worden gesteld.Deze beschrijving moet ten minste de volgende informatie bevatten:a) een beschrijving van het ontwerp van het verwarmingssysteem, in het bijzonder van de diepte waarop de
4.1 Uitgangspunten voor DC-beschermingsmaatregelen, ontwerp, keuze van materieel en installatie en inspectie
4.1.1 AlgemeenHet ontwerpen en installeren van DC-installaties vraagt een andere benadering dan het ontwerpen en installeren van AC-installaties. Dit komt door de grote hoeveelheid actieve toestellen en componenten in DC-installaties en het, vaak beperkte, beschikbare kortsluitvermogen.Het ontwerpen en installeren van een DC-installatie vereist een gedegen elektrotechnische kennis, maar er wordt
4.1.4 Koppelen van DC-installaties met AC-installaties
Afhankelijk van de aard van de installatie kunnen in de DC-installatie koppelingen met AC-installaties voorkomen. Dit kan zowel bedoeld zijn voor vermogensoverdracht vanuit de AC-installatie naar de DC-installatie als andersom. Deze koppelingen behoren te worden uitgevoerd met een enkelvoudige scheiding tussen de AC- en DC-stroomketens, ter voorkoming van wederzijdse beïnvloeding en DC-stromen in AC-netten.OPMERKINGPV-installaties
4.1.5 Risicoclassificatie van DC-installaties
Afhankelijk van het ontwerp kan aan een DC-installatie een bepaald risico worden toegekend. Op basis van de opgeslagen energie in batterijen en het vermogen dat door de installatie op een bepaald punt kan worden geleverd, kan een indeling worden gemaakt naar gevaarlijke en minder gevaarlijke installatiedelen. Voor DC-installaties worden vijf verschillende risicoklassen onderkend, die lopen van DC-zone
4.2.2.1.3 TT-stelsels <312.2.4.4 van NEN 1010:2015>
In de figuren 10 en 11 staan voorbeelden TT-DC-stelsels met twee respectievelijk drie stroomvoerende geleiders.Figuur 10
—
TT-DC-stelsel met twee stroomvoerende geleidersFiguur 11
—
TT-DC-stelsel met drie stroomvoerende geleiders
5 Beschermingsmaatregelen <deel 4 van NEN 1010:2015>
5.1 Bescherming tegen elektrische schok 5.1.1 Inleiding In analogie met een AC-installatie behoort ook een DC-installatie bescherming te bieden tegen elektrische schok. Dit betreft zowel basisbescherming (bescherming tegen directe aanraking) als foutbescherming (bescherming tegen indirecte aanraking). De algemene eisen voor basisbescherming en foutbescherming staan in NEN 1010:2015. In dit hoofdstuk
5.1.5 Beschermingsmaatregel:extra lage spanning:SELV en PELV <414 van NEN 1010:2015>
Indien ELV (extra lage spanning, tot 120 V DC in normale (droge) omstandigheden of tot 60 V DC in vochtige omstandigheden of tot 30 V DC in natte omstandigheden) wordt gebruikt als beschermingsmaatregel, wordt geadviseerd het vermogen van de installatie tot 1 kW te beperken om andere gevaren (brand) te voorkomen.PELV is vergelijkbaar met SELV, behalve dat bij PELV een van de polen kan worden verbonden
5.2 Beschermingsmaatregelen – Bescherming tegen thermische invloeden <hoofdstuk 42 van NEN 1010:2015>
5.2.1 AlgemeenDe thermische effecten van stroomdoorgang door (geleidende) materialen in DC-installaties zijn vergelijkbaar met de effecten in AC-installaties.5.2.2 Bescherming tegen vlambogenEen verschil tussen AC- en DC-installaties is dat in DC-installaties nuldoorgangen in spanning en stroom ontbreken. Daardoor ontbreekt een zelfdovend effect bij (kleine) vlambogen. De thermische gevolgen van
5.2.1 Algemeen
De thermische effecten van stroomdoorgang door (geleidende) materialen in DC-installaties zijn vergelijkbaar met de effecten in AC-installaties.
Zoeken in de website
132 resultaten
Beschermende vereffening
Beschermende vereffening werd eerder basispotentiaalvereffening genoemd. Het heet nu beschermende vereffening om aan te duiden dat het om potentiaal vereffening gaat in verband met de veiligheid. Dit artikel gaat in op de werking van beschermende vereffening (niet te verwarren met de aanvullende beschermende potentiaalvereffening, zoals die in een ruimte met een bad of douche moet worden toegepast)
Herziening Machinerichtlijn in de maak
Momenteel wordt hard gewerkt aan een herziening van de Machinerichtlijn. Deze richtlijn zal vervangen worden door de nieuwe Machineverordening. Hoewel de Machinerichtlijn voor het grootste deel nog behouden zal blijven, is deze op onderdelen toe aan vernieuwing. De huidige stamt immers uit 2006 en is op bepaalde onderdelen ingehaald door de stand der techniek.
Wanneer precies deze Machineverordening
Waarom een type B aardlekbeveiliging toepassen?
Auteur: Rob Kaspers
In dit artikel gaat Rob Kaspers uit op de verschillende types aardlekschakelaars. En waarom je een type B aardlekbeveiliging moet toepassen.
De toepassing van de type B RCD (aardlekbeveiliging), raakt steeds meer ingeburgerd. Toch zijn er genoeg voorbeelden van projecten waar type A RCD’s zijn toegepast, terwijl dit een type B moet zijn. Dat heeft nadelige gevolgen voor de
Op welke installaties is NEN 1010 van toepassing?
NEN 1010 is van toepassing op vast aangelegde elektrische installaties met lage spanning (tot 1000 V wisselspanning of 1500 V gelijkspanning). Bijvoorbeeld in woonhuizen, winkels, kantoorgebouwen, hotels, scholen, theaters en boerderijen.
NEN 1010 is niet van toepassing op bijzondere installaties, zoals de elektrische uitrusting van machines, installaties op schepen en elektrische tractiesystemen
Bestaat er een NEN 1010-certificaat?
Nee, maar het is vaak wel mogelijk om na oplevering of inspectie van een installatie een verklaring te laten opstellen door een installateur of inspecteur waarin deze bevestigt dat de installatie voldoet aan NEN 1010. Een dergelijke verklaring kan worden beschouwd als ‘NEN 1010-certificaat’.
Wat is NEN 4010?
NEN 4010 is een norm met eisen voor het ontwerpen en het installeren van elektrische installaties voor laagspanning. Deze norm is gebaseerd op de Nederlandse omstandigheden en de algemene Nederlandse installatiepraktijk.
Als ik aan NEN 4010 voldoe, voldoe ik dan ook aan NEN 1010?
Met NEN 4010 voldoet u als installateur ook aan de elektrotechnische veiligheidseisen in de bouwwet- en regelgeving. Dat geldt alleen binnen het toepassingsgebied van NEN 4010. Voor onderwerpen die buiten het toepassingsgebied van NEN 4010 vallen, moet NEN 1010 worden gebruikt.
Hoe leg ik vast dat ik volgens NEN 4010 werk?
U kunt in de afspraken die u met uw opdrachtgever maakt, vastleggen dat u volgens NEN 4010 werkt.
Welke stroomstelsels behandelt NEN 4010?
NEN 4010 behandelt de volgende stroomstelsels en wijzen van aarding:
— TN-stelsels met één voedingsbron;
— TN-stelsels met meerdere voedingsbronnen;
— TT-stelsel.
Welke elektrische installaties en onderwerpen vallen buiten het toepassingsgebied van NEN 4010?
De volgende elektrische installaties en onderwerpen vallen buiten het toepassingsgebied van deze norm:
Gelijkstroominstallaties (DC);
IT-, IU- en IM-stroomstelsels;
TN-C-stroomstelsels;
Beveiliging tegen overspanning veroorzaakt door aardfouten;
Laagspanningsopwekeenheden.
Daarnaast is NEN 4010 niet van toepassing op elektrische installaties van:
Jachthavens en vergelijkbare terreinen