Zoeken in
Zoeken in normen
6276 resultaten
560.7.13
Stroomketens van veiligheidsvoorzieningen mogen niet worden beschermd door toestellen voor
aardlekbeveiliging (RCD) of toestellen voor vlamboogdetectie (AFDD).OPMERKINGBij verhoogde temperatuur bij brand kunnen lekstromen tussen geleiders leiden tot het
ongewenst aanspreken van deze toestellen en het verlies van een veiligheidsvoorziening.
560.8.5
De leidingsystemen van veiligheidsvoorzieningen zouden gescheiden moeten zijn van die van
andere voorzieningen wanneer die leidingsystemen niet zijn uitgevoerd met kabels met metalen
mantels. Ze zouden zo moeten zijn geïnstalleerd dat de veiligheidsvoorzieningen niet worden
beïnvloed door enige fout in systemen voor andere voorzieningen en dat de gevolgen van brand
worden beperkt. Bijlage 56.E
560.9.5
Noodverlichting moet worden uitgevoerd in continu bedrijf of niet-continu bedrijf. Deze
vormen van bedrijf mogen ook worden gecombineerd.
560.9.10
De omschakeling van de normale toestand naar de noodtoestand moet automatisch gebeuren
indien de voedingsspanning gedurende minimaal 0,5 s lager wordt dan 0,6 maal de toegekende
voedingsspanning. De normale toestand moet worden hersteld wanneer de voedingsspanning groter
is dan 0,85 maal de toegekende voedingsspanning.OPMERKING 1De werkelijk toe te passen omschakeltijd kan afhankelijk zijn van nationale
560.9.11
Wanneer de normale voeding naar de schakel- en verdeelinrichting of de bewaakte stroomketen
wordt hersteld, moet de noodverlichting in niet-continu bedrijf automatisch uitschakelen. Er
moet rekening worden gehouden met de tijd die de lampen van de normale verlichting nodig
hebben om weer de normale lichtsterkte te verkrijgen. Er moet ook rekening worden gehouden
met ruimten die bewust waren verduisterd
560.10 Toepassingen en materieel voor brandbeveiliging
560.10.1 Leidingsystemen voor branddetectie en elektrische voedingen voor brandbestrijding moeten
worden gevoed door een afzonderlijke stroomketen vanaf de binnenkomende hoofdvoeding.Als een brandschakelaar is vereist, moeten leidingen die materieel voor brandbeveiliging
voeden, zijn verbonden aan de voedende zijde van deze brandschakelaar. De brandschakelaar
moet duidelijk aangegeven zijn.OPMERKINGEen
560.10.1
Leidingsystemen voor branddetectie en elektrische voedingen voor brandbestrijding moeten
worden gevoed door een afzonderlijke stroomketen vanaf de binnenkomende hoofdvoeding.Als een brandschakelaar is vereist, moeten leidingen die materieel voor brandbeveiliging
voeden, zijn verbonden aan de voedende zijde van deze brandschakelaar. De brandschakelaar
moet duidelijk aangegeven zijn.OPMERKINGEen voorbeeld
6.4.1 Algemeen
6.4.1.1 Elke installatie moet tijdens het installeren, voor zover in redelijkheid uitvoerbaar, en
bij voltooiing, worden geverifieerd voordat deze in bedrijf wordt genomen.6.4.1.2 De volgens 514.5 vereiste informatie en andere
informatie die noodzakelijk is voor eerste inspectie, moet beschikbaar zijn voor diegenen die
de eerste inspectie uitvoeren.6.4.1.3 De resultaten van de eerste inspectie
6.4.1.1
Elke installatie moet tijdens het installeren, voor zover in redelijkheid uitvoerbaar, en
bij voltooiing, worden geverifieerd voordat deze in bedrijf wordt genomen.
6.4.1.5
Bij een uitbreiding of wijziging van een bestaande installatie moet worden vastgesteld dat
de uitbreiding of wijziging voldoet aan deze norm en dat de veiligheid van de bestaande
installatie niet nadelig wordt beïnvloed, en dat de veiligheid van de nieuwe installatie niet
nadelig wordt beïnvloed door de bestaande installatie.
Zoeken in de website
132 resultaten
Welke versie van NEN 1010 zit in ‘Werken met NEN 1010’?
Versie NEN 1010:2020 en versie NEN 1010:2015 staat allebei in ‘Werken met NEN 1010’.
Waar gaat NEN 4010 over?
De norm NEN 4010 gaat over elektrische installaties voor laagspanning en geeft eisen die gericht zijn op de algemene Nederlandse installatiepraktijk.
Voor wie is NEN 4010 bedoeld?
NEN 4010 is bedoeld voor ontwerpers en installateurs die de meest voorkomende werkzaamheden aan elektrische installaties voor laagspanning verrichten en inspecteurs.
Wat is het doel van NEN 4010?
Het doel van deze norm is:
— een elektrische installatie goed en veilig te laten werken tijdens normaal gebruik en normaal bedrijf;
— mensen en vee te beschermen tegen gevaren die kunnen optreden in of nabij een elektrische installatie;
— materiële zaken te beschermen tegen schade die kan ontstaan in of nabij een elektrische installatie.
Ter bescherming van mensen, vee en materiële zaken
Waarom is NEN 4010 opgesteld?
De norm NEN 4010 is opgesteld om de vele eisen voor elektrische installaties voor laagspanning voor een brede doelgroep toegankelijk te maken. Niet iedere installateur krijgt in zijn werk te maken met alle eisen die in NEN 1010 staan. Met een norm voor de algemene installatiepraktijk is NEN 4010 voor veel installateurs voldoende om hun veelvoorkomende werkzaamheden uit te voeren.
Wie heeft de norm NEN 4010 geschreven?
De normcommissie NEN 64, Installatievoorschriften, lage spanning, die verantwoordelijk is voor NEN 1010, heeft een implementatiecommissie ingesteld: NEC 64-IC. Deze implementatiecommissie heeft de opdracht gekregen een ´leesbare NEN 1010´ te schrijven.
Hoort NPR 5310 ook bij NEN 4010?
Nee, NPR 5310 is een praktijkrichtlijn bij NEN 1010.
Kan ik ook inspecteren met NEN 4010?
Ja, deel 6 Inspectie van NEN 1010 is versie NEN 4010:2020 opgenomen. Een inspecteur kan aan de hand van NEN 4010 inspecteren of aan de eisen voor aanleg van de elektrische installatie is voldaan.
Behandelt NEN 4010 ook TN-C-stelsels?
Nee, NEN 4010 behandelt geen TN-C-stelsels, want dat is geen algemene installatiepraktijk in Nederland. TN‑C‑stelsels kunnen zwerfstromen veroorzaken, met daardoor een verhoogd risico op brand, corrosie en elektromagnetische interferentie.
TN-C-stelsels zijn niet toelaten in onder andere:
gebouwen met informatietechnologie;
gebouwen met landbouw, tuinbouw of veeteelt.
Welke beschermingsmaatregelen vallen buiten het toepassingsgebied van NEN 4010?
De volgende beschermingsmaatregelen vallen buiten het toepassingsgebied van deze norm:
— bescherming door hindernissen;
— bescherming door plaatsing buiten handbereik;
— bescherming door plaatselijke vereffening die niet met aarde is verbonden;
— bescherming door niet-geleidende ruimten;
— galvanische scheiding van de voeding voor meer dan één elektrisch toestel.