Resultaat verfijnen

Normen
Status
Filters wissen
Zoeken in normenFilter resultaten
6276 resultaten
NEN 1010:2020 Norm
551.6.2
Bij TN-S-stelsels waarin de nul niet wordt geschakeld, moeten alle toestellen voor aardlekbeveiliging zo zijn geplaatst dat ongewenst aanspreken ten gevolge van de aanwezigheid van een mogelijke parallelverbinding van nul naar aarde wordt voorkomen.OPMERKING 1Bij TN-stelsels kan het wenselijk zijn om de nul van de installatie los te koppelen van de nul of PEN van het openbare of een daarmee vergelijkbaar
NEN 1010:2020 Norm
551.7.1
Wanneer een opwekeenheid wordt gebruikt als een aanvullende voedingsbron parallel aan een andere bron moeten de bescherming tegen thermische effecten volgens hoofdstuk 42 en de bescherming tegen overstroom volgens hoofdstuk 43 onder alle omstandigheden effectief blijven.Een dergelijke opwekeenheid moet zijn geïnstalleerd aan de voedende zijde van alle beveiligingstoestellen voor de eindgroepen van
NEN 1010:2020 Norm
557.3   Bepalingen voor stuurstroomketens
557.3.1   AlgemeenDe AC- of DC-voeding voor een stuurstroomketen mag in overeenstemming met de functionele eisen zowel afhankelijk als onafhankelijk van de hoofdstroomketen zijn uitgevoerd. Indien de toestand van de hoofdstroomketen moet worden gesignaleerd, dan moet de stroomketen voor de signalering onafhankelijk van de hoofdstroomketen kunnen werken.OPMERKINGIn uitgebreide installaties kan het
NEN 1010:2020 Norm
557.3.2.2   Stuurstroomketen via een transformator aangesloten op de hoofdstroomketen
Wanneer een stuurstroomketen wordt gevoed door meer dan één transformator moeten deze zowel aan de primaire zijde als aan de secundaire zijde parallel worden aangesloten.
NEN 1010:2020 Norm
557.3.5.1   Algemeen
De toegekende spanning voor de stuurstroomketen en de componenten die in deze stroomketen worden gebruikt moeten overeenstemmen met de voeding van deze stroomketen.OPMERKINGIndien de voedingsspanning te laag is voor het ontwerp van de stroomketen, dan zal deze niet betrouwbaar functioneren, bijvoorbeeld voor het goed werken van relais.Aandacht behoort te worden geschonken aan de gevolgen van spanningsverlies
NEN 1010:2020 Norm
557.3.5.3   AC-voeding
De nominale spanning van stuurstroomketens zou bij voorkeur niet hoger moeten zijn dan respectievelijk:—   230 V voor stroomketens met een nominale frequentie van 50 Hz,—   277 V voor stroomketens met een nominale frequentie van 60 Hz,met inbegrip van spanningstoleranties volgens NEN-EN-IEC 60038.De dimensionering van kabellengten in relatie tot de capacitieve werking van de geleider, bijvoorbeeld
NEN 1010:2020 Norm
557.3.5.4.2   Voeding door accu’s
Wanneer accu’s worden gebruikt als voeding van stuurstroomketens mag de spanningsfluctuatie ten gevolge van het laden of ontladen niet meer zijn dan de spanningstoleranties volgens NEN-EN-IEC 60038, tenzij de stuurstroomketen speciaal is ontworpen om dergelijke spanningsfluctuaties te compenseren.Compenseren van spanningsfluctuaties kan worden bereikt door gebruik te maken van aanvullende accucellen
NEN 1010:2020 Norm
557.3.6   Beschermingsmaatregelen
557.3.6.1   Bescherming van leidingsystemenIn het geval van uitgestrekte stuurstroomketens is het noodzakelijk om te waarborgen dat de vereiste aanspreekstroom van het beveiligingstoestel wordt bereikt, ook aan de verre uiteinden van de desbetreffende kabels of geleiders, zie hoofdstuk 43.Eenfasige, geaarde AC- of DC-stuurstroomketens die worden gevoed door de secundaire zijde van de transformator
NEN 1010:2020 Norm
557.5.1   Algemeen
Stroomketens voor meetdoeleinden zijn stuurstroomketens waaraan speciale eisen worden gesteld, die in de volgende rubrieken worden gegeven.
NEN 1010:2020 Norm
557.6.2   Signaalkwaliteit in relatie tot de eigenschappen van de kabel
De werking van een stuurstroomketen mag niet nadelig worden beïnvloed door de eigenschappen van de kabel tussen de verschillende onderdelen, met inbegrip van de impedantie en de lengte van de kabel.De capacitieve eigenschappen van de kabel mogen de goede werking van een actuator in de stuurstroomketen niet nadelig beïnvloeden. Er moet rekening worden gehouden met de eigenschappen van de kabel en
Zoeken in de websiteFilter resultaten
132 resultaten
Pagina
Als automatische uitschakeling van de voeding niet mogelijk is bij omvormers met vermogenselektronica
Dit voorjaar heb ik een artikel geschreven over maximale uitschakeltijden t.b.v. bescherming tegen elektrische schok (foutbescherming volgens 411.3.2). Tabel 41.1 vermeldt de maximale uitschakeltijden in het kader van: ‘Automatische uitschakeling van de voeding bij het optreden van een aardfout’. Daarbij heb ik NEN 1010:2015 met NEN 1010:2020 vergeleken. NEN 1010:2015
Pagina
Optellen van belastingstromen en invoedende stromen in de PV-installatie
Dit artikel gaat over een installatieschema waarbij een inspecteur commentaar heeft gegeven. Dit schema is al eerder op LinkedIn gedeeld en vanuit de markt is er volop gereageerd. Ook door experts met een heldere uitleg. Die inzichten wil ik graag in dit artikel bundelen, met dank aan de mensen die gereageerd hebben. Auteur: Rob Kaspers Figuur 1: in de correctie worden belastingstromen en
Pagina
Leidingberekening met NEN 4010 deel 3
Dit artikel is de laatste van een driedelige serie over het berekenen van een leiding met behulp van NEN 4010:2020+C1:2022. Alleen de stappen 5 en 6 van het stappenplan uit figuur 1 moeten nog worden uitgevoerd. Auteur: Rob Kaspers Figuur 1: Stappenplan uit 5.2.2 van NEN 4010:2020+C1:2022. In deel 2 waren we geëindigd met de conclusie dat we, zowel bij toepassing van de installatieautomaat
Pagina
Hoe dik moet die aarde zijn?
“Is die aardedraad nou een aardleiding, beschermingsleiding, beschermende vereffeningsleiding of beschermende vereffeningsleiding voor aanvullende potentiaalvereffening en welke doorsnede moet die hebben?” Rob Kaspers legt dit in dit artikel uit. Tijdens een cursus NEN 1010 is dit een regelmatig terugkerende vraag en dan vaak met de aanvullende vraag: waar staat dat en hoe kun je de correcte doorsnede
Vraag & antwoord
Wat zijn de belangrijkste eisen uit NEN 1010?
NEN 1010 geeft eisen voor het ontwerp en de aanleg van elektrische laagspanningsinstallaties zodanig dat: een bedrijfszekere installatie wordt verkregen, zonder gevaar voor elektrische schok (elektrocutie) en zonder het risico dat brand wordt veroorzaakt.
Vraag & antwoord
Wat is het verschil tussen NEN 1010 en NPR 5310?
NEN 1010 geeft de eisen waaraan elektrische laagspanningsinstallaties in Nederland moeten voldoen. NPR 5310 is de Nederlandse praktijkrichtlijn die uitleg geeft over en interpretatievoorbeelden bevat van een aantal eisen uit NEN 1010.
Vraag & antwoord
Wanneer is er voor een stroomketen aanvullende bescherming door een 30mA-aardlekschakelaar nodig?
Dit staat in bepaling 411.3.3 van NEN 1010: bij gebruik van contactdozen met een toegekende stroom van ten hoogste 20 A voor algemeen gebruik door leken; bij verplaatsbaar elektrisch materieel voor gebruik buiten met een toegekende stroom van maximaal 32 A; bij aansluitpunten voor verlichting in ruimten met een woonfunctie, een celfunctie, een logiesfunctie of op woonschepen. Dit geldt niet
Vraag & antwoord
Mag ik de norm uitprinten?
Dat mag, alleen is dit wel voor eigen gebruik.
Vraag & antwoord
Zit het correctieblad uit 2016 ook in de norm NEN 1010?
Als u de knop ‘Bekijk online’ klikt, komt u bij een versie van NEN 1010 waar de wijzigingen uit het Correctieblad C2:2016 reeds zijn opgenomen. Het correctieblad C2:2016 kunt u als PDF ook los vinden.
Vraag & antwoord
Wat zijn de uitgangspunten van NEN 4010?
Bij de bepaling van het onderwerp en het toepassingsgebied van NEN 4010 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: — NEN 4010 moet aansluiten bij de Nederlandse installatiepraktijk. — Het taalniveau (leesbaarheid) moet aansluiten bij de doelgroep. — NEN 4010 mag niet in strijd zijn met NEN 1010.