Resultaat verfijnen

Normen
Status
Filters wissen
Zoeken in normenFilter resultaten
6276 resultaten
NEN 1010:2020 Norm
528.1   Nabijheid van elektrische voorzieningen
Stroomketens behorend tot spanningsband I en II volgens NEN 10449 mogen zich niet bevinden in hetzelfde leidingsysteem, tenzij is voldaan aan een van de volgende voorwaarden:—   elke kabel of geleider is geïsoleerd voor de hoogste aanwezige spanning,—   elke geleider van een meeraderige kabel is geïsoleerd voor de hoogste in de kabel aanwezige spanning,—   de kabels zijn geïsoleerd voor de spanning
NEN 1010:2020 Norm
528.3.5
In een liftschacht (of hijskoker) mogen geen leidingsystemen worden aangebracht, tenzij deze deel uitmaken van de liftinstallatie.
NEN 1010:2020 Norm
530.1   Onderwerp en toepassingsgebied
Dit hoofdstuk bevat de algemene eisen voor besturen, beveiligen, schakelen en scheiden en de eisen betreffende de keuze en installatie van de toestellen die hiervoor worden gebruikt.
NEN 1010:2020 Norm
530.3   Termen en definities
Zie 2.530.3.1 en volgende.
NEN 1010:2020 Norm
530.5.2
Materieel zonder omhulling moet worden geïnstalleerd in een geschikte kast of omhulling overeenkomstig het gestelde in de NEN-EN-IEC 60670-reeks, NEN-EN-IEC 62208 of een andere norm die van toepassing is, zoals de NEN-EN-IEC 61439-reeks.
NEN 1010:2020 Norm
531.3.4.1
In AC-installaties waar toestellen voor aardlekbeveiliging (RCD’s) toegankelijk zijn voor leken (BA1), kinderen (BA2) of personen met een beperking (BA3), moeten deze toestellen in overeenstemming zijn met:—   NEN-EN-IEC 61008-1 en NEN-EN 61008-2-1 voor toestellen voor aardlekbeveiliging zonder geïntegreerde overstroombeveiliging (RCCB’s),—   NEN-EN-IEC 61009-1 en NEN-EN 61009-2-1 voor toestellen
NEN 1010:2020 Norm
531.3.5.2   TN-stelsels
Toestellen voor aardlekbeveiliging moeten worden geïnstalleerd bij het voedingspunt van het te beschermen installatiedeel. De eisen met betrekking tot ongewenst aanspreken in 531.3.2 moeten ook in aanmerking worden genomen.OPMERKINGMeerdere stroomketens mogen door hetzelfde toestel worden beveiligd, behalve wanneer er bijzondere eisen worden gesteld aan de selectiviteit.De scheiding van de PEN-leiding
NEN 1010:2020 Norm
531.3.5.4.1   Algemeen
In IT-stelsels is beveiliging van de nulleiding door een toestel voor aardlekbeveiliging (RCD) toegestaan, op voorwaarde dat aan de eisen in 431.2.2 is voldaan.
NEN 1010:2020 Norm
531.3.5.4.2   Tweede fout in een andere actieve leiding wanneer metalen gestellen zijn vereffend
Daar waar toestellen voor aardlekbeveiliging zijn toegepast volgens 411.6.4 a), moet één toestel per stroomketen worden toegepast.De kenmerken van dit toestel voor aardlekbeveiliging moeten worden bepaald volgens tabel 41.1.
NEN 1010:2020 Norm
532.2   Toestellen voor aardlekbeveiliging (RCD’s) als bescherming tegen het ontstaan van brand
Toestellen voor aardlekbeveiliging moeten in overeenstemming zijn met 531.3.1 t/m 531.3.4 en met de van toepassing zijnde eisen in 531.3.5.Alleen toestellen voor aardlekbeveiliging met een toegekende aanspreekstroom niet groter dan 300 mA mogen worden toegepast.Toestellen voor aardlekbeveiliging moeten bij het voedingspunt van de te beschermen stroomketen worden geïnstalleerd.
Zoeken in de websiteFilter resultaten
132 resultaten
Vraag & antwoord
Is NEN 4010 ook van toepassing op installaties thuis met medische apparatuur (bijv. dialyse thuis)?
Nieuw in de editie NEN 4010:2020 zijn de kleine medische ruimten, zoals een praktijkruimte van een huisarts, tandarts of dierenarts, en ruimten voor thuisdialyse.
Vraag & antwoord
Is NEN 4010 ook in NEN-Connect opgenomen?
NEN 4010 is vanaf beschikbaar in NEN Connect. Uiteraard moet het wel in uw pakket opgenomen worden. Neem daarvoor contact op met klantenservice klantenservice@nen.nl. NEN 4010 is ook opgenomen in dit product 'Werken met NEN 1010'.
Pagina
Nederlandse versie NEN-EN-IEC 60204-1:2018 beschikbaar
Auteur: Henrie Verwey Datum: September 2019 EN 60204 is een reeks van normen die allemaal gerelateerd zijn aan de elektrische uitrusting van machines. Voor de meeste machines is deel 1 van EN 60204 van toepassing. Deel 11 is voor machines die gebruikmaken van hoogspanning (> 1000 V AC of > 1500 V DC). De delen 3X zijn alleen van toepassing op specifieke (groep van) machines. Zo is bijvoorbeeld
Pagina
Omschakelen naar DC-distributie?
Training NPR 9090 over DC-installaties Auteur: Henry Lootens Datum: november 2019 De toename van lokaal, duurzaam opgewekte energie belast het elektriciteitsnetwerk met steeds meer pieken. In gebouwen kan dat slim worden ondervangen door energieopslag en de juiste energiesturingen. Alle nieuwe toevoegingen aan de installatie moeten dan werken op gelijkspanning of dit produceren. De veelal
Pagina
Verslimming vraagt om standaarden
Internationale norm op het gebied van ‘digital twin’-technologie op komst Gepubliceerd Mag 1010 / 01-2020 Auteur: dr. Henk-Jan Hoekjen   Het kan niemand ontgaan: slimme technologie dringt steeds meer door in alle facetten van het dagelijks leven. Ook aan de industrie gaat de huidige soms disruptieve verslimming natuurlijk niet voorbij. Zo is de zogenoemde ‘digital twin’-technologie momenteel
Pagina
NEN-IEC 62125 met meer aandacht voor het milieu
Gepubliceerd in Mag 1010 / 02-2020 Auteur: dr. Gerrit Tenkink Eind november kwamen de leden van de normcommissie NEC 20A bij elkaar en is besloten om norm IEC 62125  als Nederlandse norm NEN-IEC 62125 ‘Milieuoverwegingen specifiek voor geïsoleerde elektriciteits- en controlekabels’ te aanvaarden. De Europese aanvaarding door CENELEC laat nog even op zich wachten, maar de nationale NEC 20A -vergadering
Pagina
Aanduiding kabels
In onderstaande foto is de aanduiding van de groen-gele kabel niet juist. 514.3.5 Aanduiding van eenaderige kabels en installatiedraden Faseleidingen moeten over de gehele lengte worden aangeduid met de kleur bruin of zwart of grijs. Het gebruik van een van deze kleuren voor alle faseleidingen in een stroomketen is toegelaten. De enkelvoudige kleuren groen of geel mogen niet worden
Pagina
Kabelondersteuningen en omhulsels
Goed of fout? NEN 1010 bepaling 522.8.11 zegt: Kabelondersteuningen en omhulsels mogen geen scherpe randen hebben die de kabels of geïsoleerde geleiders kunnen beschadigen.