Zoeken in
Zoeken in normen
6276 resultaten
414.4.1
SELV- en PELV-ketens moeten zijn voorzien van:— fundamentele isolatie tussen actieve delen en andere SELV- of PELV-ketens en— beschermende scheiding van actieve delen van stroomketens die geen SELV- of PELV-keten
zijn, die tot stand is gebracht door dubbele of versterkte isolatie of door fundamentele
isolatie en afscherming door een beschermend scherm voor de hoogste aanwezige
spanning.SELV-ketens
414.4.5
Indien de nominale spanning hoger is dan 25 V AC of 60 V DC of indien het materieel is
ondergedompeld, moet basisbescherming voor SELV- en PELV-ketens tot stand worden gebracht
door:— isolatie in overeenstemming met 41.A.1
of— afschermingen of omhulsels in overeenstemming met 41.A.2.Onder normale droge omstandigheden en bij normaal bedrijf is in het algemeen geen
basisbescherming noodzakelijk
415.1.2
Het gebruik van toestellen voor aardlekbeveiliging met een toegekende aanspreekstroom van
ten hoogste 30 mA in AC-stelsels als aanvullende bescherming, wordt niet als een
opzichzelfstaande beschermingsmaatregel beschouwd en maakt de toepassing van een van de
beschermingsmaatregelen zoals genoemd in 411 t/m
414 niet overbodig.
421.2
Waar vast bevestigd materieel oppervlaktetemperaturen kan bereiken die brandgevaar zouden
kunnen opleveren voor materiaal in de nabijheid, moet dit materieel:— zijn gemonteerd op of in materiaal dat bestand is tegen deze temperaturen en dat de
warmte slecht geleidt,— zijn afgeschermd van bouwkundige constructies, of delen daarvan, door materiaal dat
bestand is tegen deze temperaturen en dat
422.1.2
Elektrisch materieel moet zo zijn gekozen en geïnstalleerd dat zijn temperatuur bij
normaal gebruik en de te verwachten temperatuurstijging bij een defect geen brand kan
veroorzaken.Dit kan worden bereikt door de constructie en installatievoorwaarden van het materieel.
Bijzondere beschermingsmaatregelen zijn niet nodig wanneer het onwaarschijnlijk is dat door
de temperatuur van het oppervlak in
422.2.3
Bij omstandigheden BD3 en BD4 en in vluchtroutes mag elektrisch materieel dat brandbare
vloeistoffen bevat, niet zijn geïnstalleerd.Deze eis geldt niet voor enkelvoudige condensatoren ingebouwd in materieel.OPMERKINGDeze uitzondering heeft voornamelijk betrekking op verlichtingsarmaturen voor
gasontladingslampen en condensatoren van motorstarters.
422.3.2
Maatregelen moeten zijn genomen om te voorkomen dat een elektrisch omhulsel van materieel,
zoals een verwarming of een weerstand, de volgende temperaturen overschrijdt:— bij normaal bedrijf: 90 °C;— bij optreden van een defect: 115 °C.Waar zich op een omhulsel van elektrisch materieel materialen zoals stof of vezels zouden
kunnen verzamelen in zodanige mate dat brandgevaar kan ontstaan, moeten
422.3.8
Elke verlichtingsarmatuur moet:— geschikt zijn voor de ruimte,— zijn voorzien van een behuizing met een beschermingsgraad van ten minste IP4X of, bij
aanwezigheid van stof, IP5X of, in aanwezigheid van geleidend stof, IP6X,— een beperkte oppervlaktetemperatuur hebben volgens
NEN-EN-IEC 60598-2-24 en— van een type zijn dat voorkomt dat lamponderdelen van de verlichtingsarmatuur
vallen.Op
422.3.9
Eindgroepen bestemd voor de ruimte of die de ruimte doorkruisen, en toestellen moeten op
de volgende wijze zijn beveiligd tegen isolatiedefecten:a) in TN- en TT-stelsels moeten toestellen voor aardlekbeveiliging met een nominale
aanspreekstroom IΔn van ten hoogste 300 mA zijn toegepast.
Waar weerstandsfouten brand kunnen veroorzaken, bijvoorbeeld bij plafondverwarming met
oppervlakverwarmingselementen
422.4.2
Verlichtingsarmaturen moeten op voldoende afstand van brandbare materialen zijn gehouden.
Indien geen informatie is verstrekt door de fabrikant, moeten kleine schijnwerpers en
bundellichten op de volgende afstanden van brandbaar materiaal zijn geïnstalleerd:≤ 100 W: 0,5 m;> 100 W tot 300 W: 0,8 m;> 300 W tot 500 W: 1 m;> 500 W: grotere afstanden kunnen nodig zijn.OPMERKING 1Bij het ontbreken van
Zoeken in de website
132 resultaten
Welke versie van NEN 1010 zit in ‘Werken met NEN 1010’?
Versie NEN 1010:2020 en versie NEN 1010:2015 staat allebei in ‘Werken met NEN 1010’.
Waar gaat NEN 4010 over?
De norm NEN 4010 gaat over elektrische installaties voor laagspanning en geeft eisen die gericht zijn op de algemene Nederlandse installatiepraktijk.
Voor wie is NEN 4010 bedoeld?
NEN 4010 is bedoeld voor ontwerpers en installateurs die de meest voorkomende werkzaamheden aan elektrische installaties voor laagspanning verrichten en inspecteurs.
Wat is het doel van NEN 4010?
Het doel van deze norm is:
— een elektrische installatie goed en veilig te laten werken tijdens normaal gebruik en normaal bedrijf;
— mensen en vee te beschermen tegen gevaren die kunnen optreden in of nabij een elektrische installatie;
— materiële zaken te beschermen tegen schade die kan ontstaan in of nabij een elektrische installatie.
Ter bescherming van mensen, vee en materiële zaken
Waarom is NEN 4010 opgesteld?
De norm NEN 4010 is opgesteld om de vele eisen voor elektrische installaties voor laagspanning voor een brede doelgroep toegankelijk te maken. Niet iedere installateur krijgt in zijn werk te maken met alle eisen die in NEN 1010 staan. Met een norm voor de algemene installatiepraktijk is NEN 4010 voor veel installateurs voldoende om hun veelvoorkomende werkzaamheden uit te voeren.
Wie heeft de norm NEN 4010 geschreven?
De normcommissie NEN 64, Installatievoorschriften, lage spanning, die verantwoordelijk is voor NEN 1010, heeft een implementatiecommissie ingesteld: NEC 64-IC. Deze implementatiecommissie heeft de opdracht gekregen een ´leesbare NEN 1010´ te schrijven.
Hoort NPR 5310 ook bij NEN 4010?
Nee, NPR 5310 is een praktijkrichtlijn bij NEN 1010.
Kan ik ook inspecteren met NEN 4010?
Ja, deel 6 Inspectie van NEN 1010 is versie NEN 4010:2020 opgenomen. Een inspecteur kan aan de hand van NEN 4010 inspecteren of aan de eisen voor aanleg van de elektrische installatie is voldaan.
Behandelt NEN 4010 ook TN-C-stelsels?
Nee, NEN 4010 behandelt geen TN-C-stelsels, want dat is geen algemene installatiepraktijk in Nederland. TN‑C‑stelsels kunnen zwerfstromen veroorzaken, met daardoor een verhoogd risico op brand, corrosie en elektromagnetische interferentie.
TN-C-stelsels zijn niet toelaten in onder andere:
gebouwen met informatietechnologie;
gebouwen met landbouw, tuinbouw of veeteelt.
Welke beschermingsmaatregelen vallen buiten het toepassingsgebied van NEN 4010?
De volgende beschermingsmaatregelen vallen buiten het toepassingsgebied van deze norm:
— bescherming door hindernissen;
— bescherming door plaatsing buiten handbereik;
— bescherming door plaatselijke vereffening die niet met aarde is verbonden;
— bescherming door niet-geleidende ruimten;
— galvanische scheiding van de voeding voor meer dan één elektrisch toestel.